maandag 11 februari 2013

In Memoriam Peter Gilmore


De naam Peter Gilmore zal de meeste lezers van dit blog waarschijnlijk weinig zeggen. De naam James Onedin waarschijnlijk des te meer – althans de vijfenvijftigplussers onder u. Peter Gilmore, de Britse acteur die afgelopen week op 81-jarige leeftijd overleed, was James Onedin: de Liverpoolse kapitein en reder, die met zijn onafscheidelijke stuurman Baines op zijn oude schoener ‘Charlotte Rhodes’ vele avonturen beleefde.

In de jaren ’70 was The Onedin Line een onwaarschijnlijk populaire televisieserie, die zich afspeelde in de nadagen van de grote zeilvaart. De overgang van zeil naar stoom en van houten naar stalen schepen hangt in de lucht. Onedin, een zeeman met meer ambities dan geld, wil met een eigen schip naar zee. Hij sluit een verstandshuwelijk met de zedige dochter van een zeekapitein die de 'Charlotte Rhodes' als bruidsschat inbrengt, en gaat voor eigen rekening en risico varen. Met alle voor- en nadelen van dien: Onedin krijgt te maken met alle facetten van het maritieme ondernemerschap: niet alleen de gebruikelijke storm en averij, maar ook concurrentie en na-ijver, gebrek aan lading (en dus gebrek aan inkomsten), problemen met onwillige bemanningsleden, verwikkelingen op het thuisfront – kortom: alles wat het zeemansleven zo afwisselend maakt en een reder kopzorgen oplevert.

Wekelijks zat – met name vrouwelijk – Nederland voor de buis en droomde weg bij alle verwikkelingen aan het thuisfront van de Onedins. Voor de schooljongen die ik toen was vormde The Onedin Line de eerste kennismaking met de maritieme wereld. Toegegeven: zwaar geromantiseerd en in een tempo dat we nu slaapverwekkend zouden vinden, maar het beeld van de zeilen die gehesen worden onder de beginmaten van de majestueuze openingsmelodie van Aram Katchaturians Spartacus maakte altijd weer diepe indruk.

Het is me altijd bijgebleven hoe vreemd ik het vond dat Onedin zijn stuurman altijd met “Mister Baines” aansprak in plaats van met diens voornaam. Pas later begreep ik dat het onder officieren gebruikelijk was om elkaar op die manier aan te spreken. Wist ik toen veel…
De populariteit van de serie heeft Gilmore uiteindelijk behoorlijk opgebroken. Zoals dat vaker gebeurt met acteurs die een populaire rol vertolken, kwam hij daarna nauwelijks meer aan de bak. Hij werd daarvoor te zeer geassocieerd met zijn rol als kapitein Onedin. En dan te bedenken dat Gilmore eigenlijk helemaal niet van de zee hield. Het kan raar lopen – en niet alleen in een zeemansleven!

woensdag 6 februari 2013

De (bijna) grootste maritieme schilderijen van Nederland!


Wie de afgelopen week het museum binnenliep was getuige van een ongebruikelijk tafereel. De drie monumentale schilderijen van Adolf Bock, met afbeeldingen van schepen van de voormalige Rotterdamse werf Burgerhout werden opgespannen. Na een restauratie van enkele maanden (zie de blogs van 25 juni en 5 december 2012) waren de werken weer in opgerolde toestand van het atelier in Maastricht teruggebracht naar het Maritiem Museum, waar ze een plaatsje krijgen in de hal van het museum, naast de gangway.

Omdat ze zo groot zijn moesten ze in de hal van het museum op een spanraam worden bevestigd. En dat is werk voor specialisten. Medewerkers van de Stichting Restauratie-atelier Limburg (SRAL), die de werken ook hebben gerestaureerd, zijn de afgelopen dagen druk bezig geweest met het uitpakken en opspannen van de schilderijen.

Daarna begon het spannendste deel van de operatie: het optakelen van de werken naar hun definitieve plek aan de muur. Publiek en medewerkers keken ademloos toe toen woensdagmorgen het eerste van de drie schilderijen de lucht in ging, kort daarna gevolgd door het tweede. Een goede voorbereiding is het halve werk: uiteraard liep alles op rolletjes.
Two down (of liever gezegd: up), one to more go! Dan nog een lijstje eromheen en klaar! Na een jarenlang, vrijwel onopgemerkt verblijf in het depot zijn deze schilderijen – met een glorieus staaltje van Rotterdamse scheepsbouwkunst en –kunde – vanaf aanstaande vrijdag weer voor het publiek zichtbaar. Met grote dank aan de familie Burgerhout en alle andere beneficianten die de restauratie mogelijk hebben gemaakt.

donderdag 24 januari 2013

Uitzwaaien


Na alle sombere berichten over sluitingen is het tijd voor wat opbeurends en voor de human factor in museumland. Bij de kerstbijeenkomst in december hebben wij afscheid genomen van twee oudgedienden onder de personeelsleden: Hilda en Pieter. Beiden hebben – ieder geheel op eigen wijze – een gezicht gegeven aan de groep gastheren en gastvrouwen van het museum. Hilda als de wijze, wat moederlijke dame met de hartelijke, brede lach die jarenlang Professor Plons bestierde. Zij vervulde voor veel medewerkers de rol van klankbord en had altijd een vriendelijk woord en een wijze raad paraat.

Pieter was geknipt voor zijn werk als gastheer-pur-sang en altijd in voor een geintje. Velen kennen hem als de vaste doorman bij activiteiten als het museumweekend en de Museumnacht. Zijn gouden jasje is legendarisch en over zijn verkleedpartij als Chinees tijdens het kerstdiner van twee jaar geleden wordt nog steeds gesproken. Beiden waren verknocht aan het museum (met respectievelijk 27 en 11 dienstjaren) en het afscheid nemen ging hen aan het hart. En niet hen alleen: ook wij, de “achterblijvers”, moesten even iets wegslikken. We zullen ze zeker missen!

donderdag 17 januari 2013

Maritieme kunst en wethouder Hekking


Gisteren stond hij weer met een foto in de Metro: burgemeester Aboutaleb. En wat voor ons zo leuk is: ons schilderij stond er ook weer op. Want als de burgemeester in zijn werkkamer op het stadhuis wordt gefotografeerd, zie je steevast een schilderij van Johan Hendrik van Mastenbroek aan de muur hangen. Dat schilderij is afkomstig uit de collectie van het Maritiem Museum.

Nu is het uiteraard niet zo dat het museum klakkeloos zo maar van alles aan iedereen uitleent. Voor het college van Burgemeester en Wethouders wordt echter een uitzondering gemaakt – en dan uiteraard alleen voor hun werkkamers in het stadhuis, want verder kan en mag de museale dienstverlening uiteraard niet strekken.


Dat biedt wederzijdse voordelen: B & W kunnen pronken met iets moois uit onze collectie – die tenslotte eigendom is van de gemeente Rotterdam – en voor het museum is het ook een vorm van promotie. Want elke keer als de Eerste Burger iemand op zijn kamer ontvangt, ziet de bezoeker ook een maritiem schilderij. En iedere keer als de burgemeester wordt geïnterviewd, hangt het schilderij op de achtergrond steevast in beeld. Als een echte wethouder Hekking, die de ouderen onder ons nog wel kennen uit de sketches van de gemeente Juinen uit de tv-programma’s van Kees van Kooten en Wim de Bie. Kent u 'm nog? Dat irritante mannetje, dat ook altijd met zijn burgemeester om de aandacht van de camera concurreerde? Heel doeltreffend voor de zelfpromotie, net als een in bruikleen gegeven schilderij!


Geen idee wie wethouder Hekking is? Of Van Kooten en De Bie? Google ze maar eens; ze hebben zelfs een eigen lemma op Wikipedia!

maandag 7 januari 2013

"Wil het bezoek afscheid nemen...?"


Degenen die jongstleden zondag verwacht hadden dat de ‘Buffel’ tien minuten na sluitingstijd van wal zou steken en op eigen kracht de Leuvehaven uit zou varen, moeten enigszins teleurgesteld zijn geweest. Maar verder verlieten de bezoekers voldaan het schip. De laatste weken hadden veel belangstellenden de gelegenheid aangegrepen voor een afscheidsbezoekje. Aangelokt door de berichten in de media, of “gewoon” uit een eigen innerlijke behoefte om het voormalige ramtoren- en logementsschip ‘Buffel’ nog één keer van binnen te zien op de plaats waar het schip sinds 1979 afgemeerd ligt.
Ook yours truly heeft zijn afscheidsbezoekje gebracht. Het schip blijft weliswaar intact en voor de regio behouden, maar tóch…
Velen dachten er ook zo over en velen namen zich voor om tegen de zomer de ‘Buffel’ op zijn nieuwe ligplaats in Hellevoetsluis weer te gaan bezoeken, maar boven- en benedendeks hing toch wel een licht gevoel van weemoed.

Koos Matroos, die voor de laatste keer afmonsterde, de blik op het museumgebouw door de patrijspoorten, de klankbeelden bij de wasruimte, de longroom en de commandantshut, het gebulder van de kanonnen als je benedendeks gaat – het is alles zeer vertrouwd en een stukje van ons allemaal geworden.

En dan: om vijf uur strijkt gastheer Erik voor de laatste maal de vlag. Twee heren maken nog geen aanstalten om van boord te gaan. Meer dan tweeëndertig jaar geleden kwamen ze ook al op de ‘Buffel’ kijken en de eersten zijn nu dan ook écht de laatsten. Het alarmsysteem wordt ingeschakeld, de deur van de geschutskoepel gaat op slot, we lopen met z’n vijven de loopplank af en het hangslot gaat op het toegangshek.
Het is zondag 6 januari 2013, 17.10 uur: museumschip ‘Buffel’ is gesloten voor bezoek.

zondag 6 januari 2013

"In Rotterdam gaat alles dicht..."


Wie wel eens bij een voetbalwedstrijd is geweest waar een van de spelende elftallen compleet werd platgewalst, kent de hatelijke kreet “Het is stil aan de overkant”. Als je nu uit de Bibliotheek op de eerste verdieping of uit het restauratieatelier op de vierde naar de overkant van de Blaak kijkt, denk je onwillekeurig hetzelfde. Want daar, verscholen achter de glazen kantoorkolos van Robeco, staat het Schielandshuis, dat op de laatste zondag van 2012 voor het laatst zijn deuren opende.
Het verhaal is inmiddels bekend: er moet worden bezuinigd en dat heeft verstrekkende gevolgen binnen de culturele sector. De ‘Dubbelde Palmboom’ was al dicht, onze ‘Buffel’ moet binnenkort vertrekken – daarover later meer – en Museum Rotterdam speelt va banque door ook de vestiging in het Schielandshuis te sluiten. Daarmee komt een eind aan een periode van meer dan honderdzeventig jaar waarin dit gebouw als museum heeft gefungeerd. Achtereenvolgens huisvestte het pand Museum Boymans, het gemeentearchief en de stedelijke Antiquiteitenkamer, nadien omgedoopt in Museum van Oudheden, Historisch Museum Rotterdam en sinds enkele jaren kortweg Museum Rotterdam. Het gebouw doorstond de grote brand van 1864, waarbij vrijwel de gehele toenmalige collectie Boymans verloren ging, enkele meer of minder geslaagde restauraties en het bombardement van 1940. Daarmee kreeg het de twijfelachtige eer het enige 17de-eeuwse gebouw in het stadscentrum te zijn dat de meidagen van ’40 had overleefd.

En op de voorlaatste dag van 2012 luidde de bel voor de laatste ronde. De tentoonstellingen Werkstijl (over de invloed van werkkleding op het modebeeld) en Families (de titel spreekt voor zich) trokken niet veel bezoekers, maar op de presentatie Duizend jaar Rotterdam was het druk. Veel Rotterdammers grepen de gelegenheid aan om nog een keer nader kennis te maken met hun eigen stadsgeschiedenis. De oorsprong van de 11de-eeuwse nederzetting Rotta, de ontwikkeling en groei als havenstad, de aanleg van de wijk Pendrecht in de jaren vijftig, de rellen van 1972 in de Afrikaanderbuurt, het bureau van Pim en de selectie van tien Bekende Rotterdammers – het was er allemaal en de bezoekers namen het gretig in zich op.
Maar met gemengde gevoelens. Onder het motto “Hang je vuile was buiten” was in de tentoonstelling Families gelegenheid voor bezoekers om hun familiegeheimen met anderen te delen. Eén hunner was het klaarblijkelijk allemaal te veel geworden, getuige de neergepende verzuchting: “In Rotterdam gaat alles dicht. Bedankt Gemeente!”

En Pim staat, in brons gegoten, op zijn sokkel tegenover de nu gesloten voordeur. Toch benieuwd wat hij er van gevonden zou hebben…

donderdag 13 december 2012

Digitale verhuizing


Iedereen die wel eens verhuisd is, kent dat gevoel. De verhuizers zijn vertrokken, de spullen staan min of meer op zijn plaats; de voorwerpen zijn vertrouwd, maar het huis waarin je bent gaan wonen moet nog even wennen. Het lichtknopje van de badkamer, dat je in je oude huis altijd blindelings wist te vinden, zit nét iets meer naar rechts; de wijnglazen staan niet meer in het linker, maar in het rechter keukenkastje (“Want dat is veel handiger!”); dat éne boek dat je net dringend nodig hebt, zit nog in een niet uitgepakte doos (“Waar is die doos gebleven?” – “Welke?” – “Die ene!” – “Welke ene? Heb je al op zolder gekeken?”). Kortom: je bent nog een vreemdeling in je eigen leefomgeving.
Een soortgelijke ervaring hebben wij op dit ogenblik ook bij de afdeling Informatiebeheer. Collega Marcel en yours truly testen momenteel de nieuwe versie van ons collectieregistratieprogramma Adlib. De nieuwste nieuwtjes en de laatste mogelijkheden zijn in het programma gestopt, nieuwe looks, de inmiddels bekende Office-ribbon bovenaan het scherm, een zachtgeel achtergrondje in plaats van het strenge grijs van de afgelopen jaren – niets wordt nagelaten om het de klanten naar de zin te maken. Maar uiteindelijk gaat het toch om de vraag of alle gegevens er wel inzitten. En daarvoor dient een proefconversie, waarbij alle collectiegegevens in het nieuwe programma zijn ingelezen.

Als je lang met een bepaald programma werkt, kun je de indeling wel zo’n beetje dromen. Maar bij de nieuwe versie heeft een aantal gegevensvelden een ander plaatsje in het programma gekregen en dat werkt in het begin verwarrend. Vervelender is, wanneer in de proefconversie bepaalde gegevens niet goed zijn geconverteerd of domweg ontbreken. Dan begint een zoektocht naar de verdwenen gegevens. Het is een sport om te zien of er een bepaalde systematiek achter steekt, waar de leverancier mee uit de voeten kan bij de volgende ronde. En passant ontdek je nog een bug in het programma die bij de softwarebouwer niet bekend was, merk je dat je zorgvuldig uitgedokterde systematiek in het nummeren van restauratiedossiers is verdwenen, ben je reeksen plaatjes kwijt en blijken sommige gegevensvelden van naam te zijn veranderd of te zijn afgeschaft. Ervaringen, vragen, tips en mogelijke oplossingen worden heen-en-weer gepingpongd en een lijst met commentaar, geconstateerde missers en gerezen vragen wordt opgesteld.
Dan volgt overleg met de leverancier en een nieuwe proefconversie. En begint het spelletje weer van voor af aan. En als dan de conversie gelukt is en alle gegevens en plaatjes op hun juiste plaats staan, kan de nieuwe versie on line worden gezet en begint de volgende fase, die zo mogelijk nóg uitdagender is: het “bijscholen” van de collega’s die ook met het programma moeten werken. Een leuke klus voor januari!