vrijdag 27 april 2012

Pauline’s choice: “Schele Henkie”

Sinds een goed jaar is schilderijenrestaurator Pauline Marchand elke vrijdag in huis om de collectie schilderijen na te lopen, conditiebeschrijvingen te maken en diverse handelingen te verrichten die zo mooi kunnen worden samengevat onder de noemer “preventieve conservering”. Die term moet bij voorkeur op enigszins gewichtige toon worden uitgesproken, onder het werpen van een blik vol van verstandhouding. Op die manier kan zelfs de grootste scepticus tot de overtuiging worden gebracht dat preventieve conservering van cultureel erfgoed – na het bewaren van de wereldvrede – toch wel de grootste weldaad is die een individu de mensheid kan bewijzen. Belangrijk en nuttig werk is het zeker, maar zoals zo vaak is de praktijk een stuk prozaïscher dan de omschrijving doet vermoeden. Pauline haalt de schilderijen uit de lijst, verwijdert het oppervlaktevuil, voert zo nodig kleine reparaties uit en maakt een schatting van het aantal uren voor restauratie. Vervolgens zet ze de schilderijen opnieuw in de lijsten, die door haar van nieuwe ophangogen wordt voorzien. Op speciale formulieren noteert ze of het schilderij dringend moet worden gerestaureerd of niet en of het in de huidige toestand in bruikleen kan worden gegeven. En geheel gratis en voor niets levert ze commentaar op vroegere restauraties waarbij schilderijen bijna of definitief geheel verknoeid zijn. Dankzij dit project manier krijgt het Maritiem Museum een goed beeld van de toestand van de schilderijencollectie en kan het museum de juiste prioriteiten stellen bij het restauratieprogramma.
De wekelijkse selectie van schilderijen wordt altijd gemaakt door conservator Irene Jacobs, maar voor de verandering mocht Pauline afgelopen week zelf haar klantjes kiezen. En tot niet geringe vreugde van Irene en van yours truly zat daar Schele Henkie bij: het door Charles Kemper in 1949 geschilderde portret van een nachtwaker van de Holland-Amerika Lijn. Eigenlijk heet de geportretteerde man helemaal geen Henkie – eigenlijk weten we überhaupt niet hoe hij heet. Maar we zijn (bijna) allemaal dol op hem. Met zijn loensende blik en zijn wat triestige uitstraling onder die veel te grote pet heeft de man iets ontwapenends. Iemand die in de marge van de scheepsbouw en scheepvaart in de nachtelijke uren zijn brood verdiende en over wie waarschijnlijk in het geheel geen sterke verhalen te vertellen zijn. Een mooie tegenhanger naast de portretten van vlootvoogden, kapiteins en andere stoere zeelui in onze collectie!

dinsdag 27 maart 2012

Dreamnight at the Museum


Afgelopen zaterdagavond had het Maritiem Museum wel heel speciaal bezoek. Onder de titel Dreamnight at the Museum ontving het museum ruim honderd chronisch zieke en gehandicapte kinderen en hun familieleden voor een gastvrij avondje in piratensfeer. De avond was georganiseerd in samenwerking met de Stichting Dreamnight at the Zoo. Deze stichting is ontstaan uit een initiatief van Diergaarde Blijdorp in 1996 om chronisch zieke en gehandicapte kinderen jaarlijks een onvergetelijk avondje uit te bezorgen. Inmiddels hebben zich wereldwijd meer dan 250 instellingen – en niet alleen dierentuinen – bij deze stichting aangesloten. En nu dus ook het Maritiem Museum Rotterdam.

Om zes uur ’s avonds was de rode loper uitgelegd en werden de gasten door de museummedewerkers met applaus verwelkomd. Een heel programma was voor ze samengesteld: ontmoetingen met stoere piraten, spannende verhalen, schminken, uitleg krijgen bij een scheepsmodel over het leven aan boord, zeemansknopen leren maken, huggen met Professor Plons, pannenkoeken eten, een piratendans doen met de Dansdokters, deelnemen aan de maritieme quiz in de Bibliotheek, de vanouds bekende Koos Matroos (mét klarinet) met een spel en aangekleed op de foto gaan in de Commandantshut op de ‘Buffel’. Yours truly had daar een geïmproviseerde fotostudio ingericht voor de “maritieme kiekjes”. Collega en medeblogger Robert wilde wel even proefzitten voor het uitlichten – helaas zonder zich te verkleden.

Samen met een collega en een verkleedkist hebben we de hele avond dikke pret gehad met de gasten en hun familieleden. Wat je al niet teweeg kunt brengen met een kist met matrozenbaadjes en –petten, kapiteinsuniformen en admiraalsjassen! Hele families stonden zich op het tussendek te verkleden, waarbij de aloude stelregel weer werd bevestigd dat ze bij de Marine maar twee kledingmaten kennen: “te klein” en “te groot”.
Poseren in de stoel van de commandant was al heel wat, maar het aaien van de slapende kat naast het potkacheltje in de commandantshut was voor veel kinderen toch nog veel mooier. Eén meisje wilde pas vertrekken nadat ze de kat een zoentje had gegeven…

De medewerkers van het museum hebben – geheel op vrijwillige basis – hun beste beentje voorgezet. En als we mogen afgaan op de reacties van de gasten, viel het programma zeer in de smaak. Volgend jaar weer?

Meer weten? Zie: www.dreamnightatthezoo.nl

vrijdag 16 maart 2012

Vuurwapens en formulieren


De praktijk leert dat je tegenwoordig een beetje wantrouwend wordt aangekeken als je tijdens feestjes of visites quasi achteloos laat vallen dat je over een wapenvergunning beschikt. Niet dat je gelijk als een halve crimineel wordt beschouwd, maar tóch. Zó veel heeft die vergunning echter niet om het lijf. Het is een vergunning – de politie spreek van een Verlof – voor het verzamelen (“voorhanden hebben”, aldus het verlof) van een aantal seinpistolen en lijnwerptoestellen in de collectie van het Maritiem Museum: vuurwapens in de zin van de Wet Wapens en Munitie. De vergunning is verleend aan het museum, maar staat voor het gemak op mijn naam. Iemand moet tenslotte jaarlijks naar het politiebureau om haar te verlengen. We mogen de wapens alleen “houden”, dat wil zeggen “bezitten”, maar er niet mee over straat gaan of ze gebruiken. U hoeft dus niet bang te zijn dat we er tijdens stille uren schietoefeningen mee houden in het museum.

Die wapenvergunning kwam opeens van pas tijdens de voorbereidingen van de tentoonstelling Echte Piraten die over een paar weken opengaat. Voor deze tentoonstelling krijgt het Maritiem van het Marinemuseum in Den Helder een echte Kalasjnikov - een AK47 voor de kenners – in bruikleen. Het wapentuig is in 2009 door de bemanning van het marineschip Hr.Ms. ‘Evertsen’ buitgemaakt bij de arrestatie van een aantal Somalische piraten en na terugkomst van het schip in Den Helder aan het Marinemuseum overgedragen.
Met zo’n wapen mag je natuurlijk niet zo maar over straat. Daarvoor moet door de politie speciale toestemming worden verleend.
Je komt dan terecht in de formulierenjungle van de afdeling Bijzondere Wetten van de politie Rotterdam-Rijnmond en meer in het bijzonder de onderafdeling Executieve Ondersteuning (EO). Het Verlof moet worden aangepast en daarvoor heb je een formulier WM12 nodig, “Aanvraag voor een verlof tot het voorhanden hebben van schietwapens van categorie III voor verzameldoeleinden”. Wat categorie III dan wel precies is en waarin dat verschilt van, zeg maar, de categorieën I, II en IV – beats me. De aanvraag gaat per post naar de afdeling Executieve Ondersteuning, vergezeld van het vijftien pagina’s tellend proces verbaal van de vangst van de piraten voor de Somalische kust, de inbeslagname van hun wapens en het onklaar maken daarvan aan boord van de ‘Evertsen’.

Na enkele weken wachten, de nodige telefoontjes over en weer en een "huisbezoek" van enkele medewerkers van Bijzondere Wetten wordt het verlof gewijzigd, maar daarmee ben je er nog niet. Het wapen moet ook nog worden gehaald door onze depotbeheerder Henk en ook daarvoor is weer een afzonderlijk verlof nodig. Hiervoor biedt dan weer formulier WM 11 uitkomst: “Aanvraag voor een verlof tot vervoer van een (schiet)wapen en/of munitie”. Na invulling moet dit door Henk bij de afdeling Bijzondere Wetten worden ingeleverd, waarna het aanvullende verlof wordt afgegeven. Dat was overigens nog een close call: uiteindelijk kreeg Henk vlak voor het vertrek naar Den Helder het verlossende telefoontje van de politie - afdeling Executieve Ondersteuning - dat het allemaal in orde was. En toen kon hij op weg om de AK47 op te halen. En als de tentoonstelling volgend jaar is afgelopen, begint het hele circus gewoon weer opnieuw!

De tentoonstelling Echte Piraten is vanaf 25 maart aanstaande in het Maritiem Museum te zien. En wees gerust: de wapens hangen achter glas.

maandag 12 maart 2012

Museumnacht


Wat wás het weer gezellig afgelopen zaterdagavond en wat wás het weer druk. De elfde editie van de Rotterdamse Museumnacht bracht weer heel wat bezoekers op de been die eens buiten de reguliere openingsuren wilden zien wat de Rotterdamse musea aan leuks te bieden hebben. En dat was weer heel veel, ook in het Maritiem Museum, waar het T-woord als centrale thema was gekozen: luisteren naar Marjolein Meijers – altijd leuk – met haar soms weemoedige liedjes, kijken naar de Ierse dansgroep Celtic Swing – Riverdance, maar dan uit de regio – proeven uit het kookboek van ‘Titanic-kok’ Hendrik Bolhuis, kijken naar ‘Titanic’-ijssculpturen, 'Titanic'-stoker spelen op de ‘Buffel’, en nog veel meer. De medewerkers van het Maritiem waren in groten getale aanwezig om de bezoekers gastvrij te ontvangen. Dat begon al bij de deur, waar een - toepasselijk - in zwemvesten gehulde "prikploeg" klaar stond om de binnenkomende bezoekers een speciale Maritiem Museum-Titanic-button op te spelden.

En dat viel nog lang niet mee. De stof van winterjassen is dik en het kostte soms de nodige moeite om de bezoekers van een button te voorzien. Sommigen hadden alle buttons van de afgelopen jaren opgespeld en kwamen als ware kerstbomen binnenzeilen. Anderen waren als een kind blij dat ze nu eindelijk zo’n blauw lampje konden bemachtigen waarmee ze al de hele avond mensen hadden zien rondlopen. Niet iedereen was er van gediend, maar de weinige afwijzende reacties werden meer dan goedgemaakt door die ene dame, die haar jas wijd opengooide, haar sjaal afdeed en uitriep: “Prik hem maar op mijn boezem, schat! Versier jij me maar eens”.
Soms ligt de humor gewoon op straat…

zondag 19 februari 2012

Bulbstevens


Een van de leukste scènes in de winterse rampenfilm The day after tomorrow – afgelopen maand weer op tv – is toch altijd weer het moment waarop een op drift geraakt Russisch vrachtschip door de ondergelopen straten van New York drijft en op Fifth Avenue ter hoogte van de Public Library met zijn enorme bulbsteven een stadsbus verplettert.
Deze keer keken mijn jongste zoon Maarten en ik met meer dan gewone belangstelling naar dit staaltje van “destructieve creativiteit”. Bulbstevens en de vaartechnische eigenschappen daarvan waren namelijk het onderwerp van het profielwerkstuk, dat Maarten in zes gymnasium heeft gemaakt. Bij zo’n profielwerkstuk is het de bedoeling dat je zelf een onderzoek opzet, onderzoeksvragen formuleert, die in de praktijk beproeft en daaruit je conclusies trekt. Voor het praktijkgedeelte kon hij terecht bij de faculteit Werktuigbouwkunde, Maritieme Techniek & Technische Materiaalwetenschappen van de TU Delft (zie ook het blog van 11 februari 2011). Begeleid door medewerkers en studenten van de opleiding Maritieme Techniek kon Maarten de via literatuurstudie opgedane theoretische kennis en door hem opgestelde onderzoeksvragen toetsen aan de praktijk. Dagenlang had hij thuis zitten schuren om drie bulben – of bulbs, net wat u wilt – van verschillende grootte te maken. Die werden vervolgens met behulp van satéprikkers en (uiteraard!) duct tape bevestigd aan een model van de Italiaanse sleepboot ’Tito Neri’ en in de kleine sleeptank van de faculteit getest.



Het resultaat? Een lijvig werkstuk met ingewikkelde berekeningen, foto’s waarvan wijlen Sigmund Freud het zijne zou denken en de vrijwel onvermijdelijke conclusie dat verder onderzoek nodig is om de geformuleerde hypotheses nader te toetsen. Precies zoals het in de “echte" wetenschap ook gaat. Maar het mooiste vond Maarten toch, dat hij bij de faculteit regelmatig werd aangezien voor een master-student. Niet gek, voor een zeventienjarige…

donderdag 2 februari 2012

Job rotation


Je werkt al jaren met een overzichtelijk aantal collega’s in één organisatie, je kent hun (on)hebbelijkheden, je weet wanneer ze jarig zijn, hoe hun kinderen heten en welke muziek ze mooi vinden, maar wat ze nu precies in het museum doen is soms verre van duidelijk. Om meer begrip voor elkaar en elkaars doen en laten te kweken, is het Maritiem Museum momenteel bezig met job rotation. Elke medewerker loopt een halve dag mee met een collega op een andere afdeling en krijgt op die manier een kijkje in de keuken. Yours truly heeft gisteren in dat kader meegelopen met Renz, de goedlachse elektrotechnicus van de technische dienst – een mannenbolwerk op de tweede verdieping, dat een onmisbare rol vervult in het bouwen van de tentoonstellingen en het draaiend houden van de installaties in het gebouw.

Dat was een afwisselend dagje. De voorbereidingen voor de tentoonstelling ‘Nederlanders op de Titanic’ zijn in volle gang, en de handen konden gelijk uit de mouwen worden gestoken. Op de tentoonstelling moet via een discreet weggewerkte geluidsinstallatie een stemmig achtergrondmuziekje klinken en ik mocht helpen met het maken van de bekabeling voor de versterker, de boxen en de sensor die het geheel moet triggeren als bezoekers de zaal binnenlopen. Lekker prutsen aan kabels en stekkers, met als verrassende uitkomst dat ik iets aan de praat kreeg op een manier die volgens Renz helemaal niet zou moeten kunnen. “Resultaatgericht” heet dat in managementtermen. ’s Middags na de schaft (zo heet dat bij de TD, op andere dagen eet ik brood) met Renz op inspectieronde door het gebouw, lampen vervangen in een beamer, controle van de klimaatinstallaties, even langs de Buffel en een duik in diverse hoeken en gaten van het pand waar ik nog nooit was geweest. Het wenteltrapje op de foto had ik althans nog nooit eerder gezien.

Al met al een leerzame dag met veel lopen, veel telefoontjes van vertegenwoordigers, veel medewerkers van externe bedrijven die iets technisch komen doen, veel dingen die niet op de planning staan maar toch ook nodig moeten en dus tussendoor moeten worden gedaan – en veel nieuwe roddels. Ik kan het iedereen aanbevelen: je begrijpt beter waarom je soms eens even op je beurt moet wachten als je iets gedaan moet krijgen. Dat inzicht is niet iedereen gegeven…

maandag 16 januari 2012

Titanic revisited?


Ze zeggen altijd dat historische gebeurtenissen zich nooit op dezelfde wijze herhalen, maar de eerste keer als tragedie plaatsvinden en de tweede keer als klucht.
Zes doden (stand van zaken van vandaag) en nog meer vermisten is uiteraard beslist niet iets om je vrolijk over te maken. Toch is het kapseizen van de ‘Costa Concordia’ op vrijdag 13 januari – zo’n datum verzin je niet – met alle naar buiten komende verhalen over de menselijke fouten en de gebrekkige ontscheping van de opvarenden, wel een erg bizarre opmaat voor de herdenking van de ramp met de ‘Titanic’, dit jaar precies honderd jaar geleden.
Dit trieste jubileum zal de komende maanden uitgebreid worden herdacht. Iedereen wil “iets” met de ‘Titanic’, Leonardo di Caprio en Kate Winslet maken hun come back in 3-D, tastbare overblijfselen worden op veilingen verkocht voor prijzen die hoger zijn dan het wrak diep ligt en het reizende Titanic-circus doet dit jaar nog betere zaken dan anders.

En het Maritiem Museum?
Het Maritiem Museum doet ook mee met de ‘Titanic’-hausse, met een even onverwachte als intrigerende invalshoek. De reizende Titanic-tentoonstelling inhuren of Titanic-objecten verzamelen zit er niet in – veel te duur! – maar in de komende tentoonstelling “Nederlanders op de TItanic” wordt aandacht besteed aan een voetnoot in de Titanic-geschiedenis: de lotgevallen van de Nederlandse opvarenden. Het waren er drie, de deftige jonkheer George Reuchlin, de kok Hendrik Bolhuis en de stoker Wessel van der Brugge. Reuchlin, directeur van de Holland-Amerika Lijn, verving zijn mededirecteur Jan Volkert Wierdsma als genodigde op de eerste reis van de ‘Titanic’. Een buitenkansje, dat uitdraaide op een typisch geval van “heb ík weer”. Voor Bolhuis en Van der Brugge was het geen pleziertocht, maar hard werken. De maatschappelijke verschillen ten spijt, ondergingen alle drie opvarenden van het schip hetzelfde lot.
Een voetnoot in de geschiedenis, maar wel één die bij het onderzoek voor de tentoonstelling toch nog onverwachte vondsten opleverde. Welke dat zijn, ziet u vanaf 11 februari aanstaande op de tentoonstelling “Nederlanders op de Titanic.” En ter geruststelling: als bezoeker houdt u wél droge voeten.

"Nederlanders op de Titanic": vanaf 11 februari a.s. in het Maritiem Museum Rotterdam