woensdag 6 januari 2010

Traditie


Van oudsher wordt bij de bouw van een schip een muntstuk onder de voet van de grote mast gelegd. Volgens de traditie moet de munt bij voorkeur stammen uit het bouwjaar van het schip en moet de waarde de rijkdom van de eigenaar weerspiegelen. Bij wrakvondsten kan dit gebruik een aardig hulpmiddel zijn voor de datering van het gevonden schip.
Deze traditie schoot me te binnen bij het verplaatsen van enkele ladekasten in het prentendepot, vooruitlopend op de installatie van de nieuwe stellingen. Onder de kast met antieke atlassen kwam een dubbeltje tevoorschijn, een tien centstuk uit het guldentijdperk en inmiddels ook alweer jaren niet meer in circulatie.
Het dubbeltje dateert uit 1965 en is waarschijnlijk een keer per ongeluk onder de kast geschoven. Als hulpmiddel bij de datering van het museumgebouw kan het in ieder geval geen rol spelen: in 1965 was er nog geen sprake van dat het Maritiem Museum ooit op de hoek van de Leuvehaven zou worden gevestigd. Al met al een bescheiden schatvondst, die niet direct aanleiding geeft om alle kasten in het depot van hun plaats te halen, in de hoop op verborgen kapitaal. Zoals we eigenlijk al lang weten, zit het echte kapitaal in de kasten: de objecten die getuigen van de rijke maritieme geschiedenis van Nederland.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen