dinsdag 30 juli 2013

Groeten uit Papenburg


Of je ze mooi vindt of niet is een kwestie van smaak. Zelf ben ik van mening dat er veel mooiere schepen zijn gebouwd, maar imposant zijn ze wél: de cruiseschepen van tegenwoordig. Drijvende flatgebouwen met onafzienbare rijen balkons, een scherpe boeg, een brug die zo breed is dat-ie zó naast de Erasmusbrug over de Nieuwe Maas kan worden gelegd, schoorstenen die onwillekeurig aan iets anders doen denken en in de regel van stapel gelopen in Italië of in aan de oostkust van Azië.
Hoewel – niet allemaal. Een van de grootste leveranciers van nieuwe cruiseschepen is gevestigd in Papenburg, maar liefst vijftig kilometer stroomopwaarts langs de Eems in Noord-Duitsland. Ga ter hoogte van Nieuweschans de grens over en na een twintig minuten rijden sta je bij de Meyerwerft, voluit Jos.L. Meyer GmbH, opgericht in 1795 en voor de zesde achtereenvolgende generatie in familiebezit.
Je kijkt je ogen uit. Net als bij de werf van IHC in Krimpen aan den IJssel (voorheen Van der Giessen de Noord) worden de schepen daar niet op de helling gebouwd, maar in een overdekte hal. Alleen de schaal is wat groter: waar de loods van IHC met een lengte van 265 meter, een breedte van 97 meter en een hoogte van 52 meter al niet bepaald klein te noemen is, haalt Halle 6 van de Meyerwerft een lengte van meer dan 500 meter, een breedte van 125 meter en een hoogte van 75 meter. Eat your heart out, Wim Quist!
De schepen worden op de werf in segmenten gebouwd, die vervolgens in een van de twee overdekte dokken worden geassembleerd. Zodra een schip haar voltooiing nadert, beginnen ze alvast aan het volgende. Als het schip bijna klaar is, worden de sluizen van het dok geopend en wordt het schip door de enorme schuifdeur aan de kopse kant van het dok naar buiten getrokken. Na een korte periode aan de afbouwkade begint het schip met de achterzijde naar voren – want dat manoeuvreert gemakkelijker – aan zijn eerste reis: de Eems af, richting de Noordzee.

Sinds 1986 heeft de Meyerwerft al meer dan vijfendertig cruiseschepen gebouwd en de orderportefeuille zit inmiddels vol tot en met 2017, waarmee het aantal op ruim veertig schepen komt. Dat zijn heel wat bedden – de hutten bouwen ze overigens ook bij een zelfstandig dochterbedrijf even verderop. Zo’n hut assembleren kost maar vijfentwintig minuten en ze worden kant en klaar het casco binnengeschoven en afgemonteerd.
Het eerste cruiseschip dat de werf bouwde, de ‘Homeric’, werd overigens nog op de “normale” manier in de open lucht gebouwd en te water gelaten. Niet van een langshelling, want daarvoor bood de Eems te weinig breedte, maar van een dwarshelling. De ‘Homeric’ was met een lengte van tweehonderd meter het grootste schip dat ooit van een dwarshelling van stapel liep. Enkele jaren later kwam het schip weer terug in Papenburg, maar nu als de ‘Westerdam’ van de Holland-Amerika Lijn, om met nog eens veertig meter te worden verlengd.

En nu ligt de ‘Norwegian Getaway’ in het bouwdok. In oktober is ze klaar, om onder de ogen van vele duizenden belangstellenden Halle 6 te verlaten en de eerste mijlen te varen op een manier die voor een zeegaand schip ongebruikelijk kan worden genoemd: op binnenwateren en achterste voren.
Of we dan weer naar Papenburg gaan om het mee te maken, staat nog te bezien. In ieder geval hadden we na afloop van ons bezoek aan de werf geluk: we waren bij toeval getuige van een tewaterlating – al was het dan op bescheiden schaal…


Meer weten over de Meyerwerft? Zie: www.meyerwerft.de of ga zelf eens een kijkje nemen. Het geven van rondleidingen lijkt de tweede kernactiviteit van de werf te zijn. Beslist de moeite waard en de obligate grapjes van de gidsen – die overigens uitstekend Duits spreken maar niet meer dan dát – neem je graag voor lief.

vrijdag 12 juli 2013

Luchtfietserij (2)


Inmiddels kan een ontkennend antwoord worden gegeven op de vraag waarmee het vorige blog werd besloten. Gisterochtend waren de werkzaamheden op de hoek van het museumgebouw zo ver gevorderd, dat de gegraven sleuf kon worden dichtgegooid en de bestrating weer kon worden hersteld. Maar de fiets bleef hangen. ’s Avonds fungeerde hij nog als kapstok voor een vergeten veiligheidshelm, maar vanochtend was ook die verdwenen en restte alleen nog maar de fiets, als een soort objet trouvé op ruim anderhalve meter boven het plaveisel. Je hoeft echt geen Joep van Lieshout te heten om een landmark op het Churchillplein achter te laten!

vrijdag 28 juni 2013

Luchtfietserij


Op de hoek van de Blaak en de Schiedamsedijk, bij de punt van de gelijkzijdige driehoek die gevormd wordt door de plattegrond van het Maritiem Museum, staat een lantaarnpaal. Vaak staan daar van die reclameborden omheen, die een van de vele Rotterdamse evenementen aankondigen. Sinds een maand of wat wordt de lantaarnpaal gebruikt als ankerplaats voor een fiets. Een onbekende bezitter heeft zijn rijwiel in het holst van de nacht met een stevig kabelslot aan de paal vastgemaakt en een knappe jongen die hem los krijgt.
Een praktische oplossing, die onbedoeld een ander met een probleem opzadelt. Want wat doe je als dienst Gemeentewerken als je het trottoir moet openbreken om een paar kabels en leidingen in de grond te stoppen en die fiets staat in de weg? Je kunt het slot met een betonschaar proberen open te knippen, maar dan zit je met die fiets in je maag. Geheel in Rotterdamse geest is voor een praktische oplossing gekozen. De fiets hangt nu vastgetaped aan zijn kabelslot op anderhalve meter hoogte in de lantaarnpaal, netjes uit de weg.

Toch benieuwd of-ie na afloop van de werkzaamheden weer op zijn plaats wordt teruggezet…

dinsdag 7 mei 2013

Koningslied of The Sound of Music?


Wie op 30 april voor de televisie zat om naar de inhuldiging van de nieuwe vorst te kijken, kreeg ’s avonds de boodschap onophoudelijk ingehamerd: een nationaal feest is per definitie een maritiem feest. André Rieu, die het koningsbal opent met Piet Hein zijn naam is klein en natuurlijk de Koningsvaart, die maritieme apotheose van een dag die ’s ochtends vroeg al begon met 101 saluutschoten van (toen nog) Hare Majesteits ‘Evertsen’ op het IJ. Het was weer voor iedereen duidelijk: Nederland ontleent zijn identiteit voor een groot deel aan zijn haat-liefde verhouding met het water.

Die maritieme identiteit staat ook centraal in alweer het zesde gezamenlijke jaarboek dat eind dit jaar door het Scheepvaartmuseum Amsterdam en het Maritiem Museum Rotterdam wordt uitgebracht. Een definitieve titel moet nog worden verzonnen, maar de centrale vraag is inmiddels geformuleerd: “In hoeverre en op welke wijze komt de Nederlandse identiteit terug in maritieme feesten en vermaak aan boord?”, of anders gezegd: “In hoeverre (op welke wijze) dragen maritieme feesten en maritiem vermaak aan boord bij aan de ontwikkeling of bestendiging van de nationale identiteit?”
Zo’n vraagstelling is stevige kost en er is lang over gediscussieerd voordat-ie uiteindelijk op papier stond. Inmiddels zijn de eerste versies van de artikelen bij de redactie gearriveerd en worden de contouren van het boek duidelijk. Herdenkingen van grote zeehelden, spiegelgevechten op het IJ in de zeventiende eeuw, de Toppers op een maritieme zegewagen in de Amsterdam Arena – allemaal maritiem spektakel, bedoeld om een bepaald wij-gevoel te kweken. Ook de spelletjes en spelen aan boord komen uitgebreid aan bod, waarmee een stukje vaderlandse bodem en vaderlandse tradities op zee levend worden gehouden in verre streken. Al met al een gemêleerd aanbod aan bijdragen, waarin de maritieme symboliek als ondersteuning van de Nederlandse identiteit centraal staat. In november verschijnt het boek – mét een pakkende titel!

En over symboliek gesproken: vond u, kijkend naar de Koningsvaart op het IJ, de overeenkomst tussen het Koninklijk Gezin en de vluchtende familie Von Trapp uit the Sound of Music ook zo frappant? Het Republikeins Genootschap kan daar nog heel wat moed uit putten voor de toekomst…

maandag 22 april 2013

Werk aan de winkel


Wie mocht denken dat er nu helemaal niets meer aan boord van de ‘Buffel’ te doen is, komt bedrogen uit. De maandag na de sluiting was het gelijk al een drukte van belang. Er moest worden opgeruimd, allerlei dingen moeten worden vastgezet, vastgesjord of gezekerd voor de overtocht en de modellen en andere museumobjecten moeten tijdelijk van boord worden gehaald totdat het schip op zijn nieuwe ligplaats in Hellevoetsluis is afgemeerd.

Het schip zal eerst bij een Rotterdamse werf een dokbeurt ondergaan. Daarbij wordt de romp “geknipt en geschoren”: alle vuil en aangroeisel die zich in de loop van de jaren onder de waterlijn op de romp hebben vastgezet, zal worden verwijderd. Ook moet de romp in zijn geheel worden geïnspecteerd, want het gebeurt niet zo vaak dat je er bij kunt zonder een duikerpak aan te hoeven trekken.

Het gehele interieur moet in vele tientallen foto’s worden vastgelegd, zodat voor de bruikleengever – het Maritiem Museum – en de bruikleennemer – de nieuw opgerichte beheersstichting – duidelijk vastligt welke spullen zich precies aan boord bevinden en op welke locatie. Dat is met alle losse spulletjes in de officiershutten, de longroom en de werkplaats nogal een klus.

Het afscheid wordt ongewild gerekt, omdat het allemaal langer duurt dan voorzien voordat de kade in Hellevoetsluis gereed is om het schip te ontvangen. Daarom ligt de ‘Buffel’ nog steeds bij het Maritiem afgemeerd. Het gewone onderhoud loopt dus ook door en de technische dienst is de afgelopen tijd dan ook bezig geweest met het opnieuw in de verf zetten van de romp en de schoorsteen. Want al laten we de ‘Buffel’ met bloedend hart naar Hellevoetsluis vertrekken: ze blijft toch een beetje van ons en we blijven er wél zuinig op!

maandag 15 april 2013

Oude meesters en lekkere hapjes


Dé culturele gebeurtenis van de afgelopen maanden was uiteraard de feestelijke heropening van het Rijksmuseum. En zoals dat gaat bij dergelijke grote gebeurtenissen, werd in de afgelopen weken weer op pijnlijke wijze duidelijk hoe de maatschappelijke waterscheiding in cultureel Nederland liep tussen de mensen “die er toe doen” en de mensen die dat klaarblijkelijk niet doen. Om concreet te worden: tussen de uitverkorenen die een uitnodiging voor één van de vele voorbezichtigingen hadden ontvangen en zij die daarvan verstoken waren gebleven.

Tot zijn niet geringe verbazing (en niet alleen die van hem…) bleek yours truly tot de eerste categorie te horen. Zo mochten we met enkele collega’s de dinsdag voor de officiële opening met pakweg zo’n tweeduizend andere gelukkigen een kijkje komen nemen in “het Nieuwe Rijks”. Dankzij de zorgvuldig opgebouwde publiciteitscampagne waren de verwachtingen hoog gespannen en – believe you me – alle superlatieven bleken waar te zijn. Het veelbesproken grijs van de wanden was majestueus grijs, de Hollandse Meesters hingen weer in volle glorie te pronken, de kunstnijverheid stond gezellig tussen de kunst zonder nijverheid en in de zalen was het een soort doorlopende reünie van oud-collega’s van vroegere werkkringen en andere mensen die je soms in geen eeuwen had gezien. Sommigen bleken geen spat veranderd, anderen waren duidelijk op weg om zelf oude meesters te worden.

In het Atrium – dé revelatie van de renovatie – werden we gastvrij ontvangen door dames met aandachttrekkende hoedjes, die de inwendige mens verzorgden. Om de dichter Willem Kloos te parafraseren: Cultuur is mooi, maar je moet er wel iets te drinken bij hebben.

En uiteraard waren we nieuwsgierig naar de Marinemodellencollectie, die – na een marginaal bestaan van jaren in de oude presentatie – nu de ruimte krijgt in de speciale opstellingen in de kelder. Tussen de gewelven is de rijkdom van deze verzameling modellen en maquettes, het neusje van de zalm op maritiem gebied en het visitekaartje van negentiende-eeuws Hollands maritiem-technisch vernuft, royaal gepresenteerd. Een opstelling die in veel opzichten aan die in het Antwerpse MAS doet denken (maar dan mét glazen wanden en zonder de op de zenuwen werkende signaalbeveiliging) en die de liefhebbers doet watertanden.

We komen zeker nog vele malen terug in het Rijks, maar die sensationele ervaring dat je in je eentje voor het Straatje van Vermeer, voor de Staalmeesters en voor het Joodse Bruidje hebt gestaan, zul je als gewone bezoeker waarschijnlijk nooit meer hebben…


En uiteraard is niets menselijks ons vreemd. Het aanbod van een collega om ons voor de Nachtwacht op de foto te zetten, konden hoofd Informatiebeheer Ben en yours truly zich uiteraard niet laten ontglippen. Tóch jammer dat de flitser van de camera niet was uitgeschakeld: de suppoosten die op zaal stonden waren bepaald niet geamuseerd!

Zie voor meer informatie over het Rijksmuseum: www.rijksmuseum.nl.

maandag 8 april 2013

Vikingen en zeekastelen


Inmiddels weet heel Rotterdam en omstreken dat het Maritiem Museum een nieuwe tentoonstelling over cruisevaart heeft geopend. Tijdens het museumweekend namen ruim zestienhonderd bezoekers al een kijkje, die zich uitleefden bij de dekspelen, zich aan de hand van acteurs lieten meevoeren bij de droomwereld van de cruisevaart en hun ogen uitkeken bij de dansdemonstraties van de lindy hop – zoals die oude dame met rollator die de lindy hop misschien in haar jeugd ook wel had gedanst en die er eens goed voor ging zitten.

Zaterdagavond was het museum ook open, maar dan niet voor reguliere bezoekers. Net als vorig jaar organiseerde het Maritiem Museum onder de titel Dreamnight at the Museum een speciale openstelling voor chronisch zieke en gehandicapte kinderen en hun families. Het hele museum stond voor ze open en een groot aantal collega's verleende geheel belangeloos en op vrijwillige basis zijn medewerking. Alle fijne kneepjes van het maritieme vak werden de jonge bezoekertjes bijgebracht, van het maken van zeemansknopen, het “loden” van de diepte met een echt dieplood (vanaf de eerste verdieping naar de begane grond) en het tekenen van een scheepsmodel (nog lang niet zo makkelijk...), tot het maken van het langste maritieme schilderij van Nederland. In de hal stond een echte deck chair en een namaak palmboom en wie dat wilde kon, geschminkt en wel, als een echte cruisepassagier op de foto.

Behalve met jeugdige bezoekers en aanhang was het museum gevuld met vervaarlijk uitziende Vikingen. Die hadden weliswaar niets met cruisevaart te maken, maar pasten wel weer goed bij het thema piraterij van onze thematentoonstelling “Echte piraten”. Ze demonstreerden hoe er in de Vikingtijd leer werd bewerkt en hout werd gesneden, kleding werd vervaardigd en meer van die vreedzame karweitjes waarbij je nu niet direct aan Vikingen denkt. Ondanks hun vreeswekkende uiterlijk vielen ze in de omgang best wel mee.

Maar een Viking zou geen echte Viking zijn als hij niet af en toe lucht zou geven aan zijn diepere gevoelens. Met veel enthousiasme van beide partijen (Vikingen én kinderen) werd er geoefend in de primal scream – de Bloedstollende Originele Viking Oerkreet, die af en toe door het hele museum klonk. Met de boodschap om die Vikingkreet toch vooral thuis veel te oefenen goed in de oren geknoopt, keerden de bezoekertjes na afloop weer huiswaarts. Volgend jaar eens kijken of het oefenen resultaat heeft gehad!