woensdag 3 oktober 2012

Afscheid van de “Dubbelde Palmboom’


Ze zeggen weleens dat grote gebeurtenissen vaak hun schaduw vooruitwerpen. Dat gaat in ieder geval op voor de bezuinigingen die voor de periode 2013-2016 aan de sector Cultuur in Rotterdam worden opgelegd. Hoewel het steekspel (of de ‘rituele dans’, net wat u wilt) om de Grote Zak met Geld nog in volle gang is, beginnen de eerste gevolgen van de krappere financiële situatie nu al zichtbaar te worden.
Zo was yours truly zondagmiddag voor het laatst in Museum ‘De Dubbelde Palmboom’, het pied à terre van Museum Rotterdam in Delfshaven. Om de financiële tegenwind te trotseren was door de collega’s van dit museum al in een vroegtijdig stadium besloten deze dependance te sluiten. Zaterdag was het afscheidsfeestje, zondag konden de laatste bezoekers afscheid nemen.
Het najaarszonnetje scheen over de Aelbrechtskolk, maar dat kon niet verhelen dat de sfeer in het museum heel wat minder vrolijk was. Een groepje kinderen vermaakte zich bij de educatieve tentoonstellingen die in de ‘Palmboom’ altijd de boventoon voerden en waar ik – als niet zo educatief aangelegde leek – me vaak had afgevraagd of ik de boodschap wel helemaal begreep. Andere bezoekers kwamen op de zolder voor de laatste keer de nostalgische sfeer opsnuiven van het huiskamerinterieur, de kapperszaak en het kruidenierswinkeltje – de laatste echo’s van een voorgoed verdwenen Rotterdam.

Een kapotte lamp hier, een defect klankbeeld daar, de lege ansichtkaartenrekken bij de ingang, het toezichthoudend personeel dat vol plichtsbesef maar met betrokken gezichten tot het bittere eind zijn werk deed – het was allemaal van een mateloze treurigheid die je danig naar de keel greep.
Maar de collega’s van Museum Rotterdam laten zich gelukkig niet zomaar kisten. Ze gaan met het museum en de collectie de wijken in. Als de bezoekers niet meer naar het museum kunnen komen, komt het museum wel naar de bezoekers toe. “Wij zijn de stad in!” zeggen ze aan de Voorhaven en straks, na 30 december, ook aan de Korte Hoogstraat. Wij wensen ze daarbij veel succes!

Benieuwd waar het allemaal heen gaat? Volg Museum Rotterdam in de stad: Facebook: http://www.facebook.com/museum.rotterdam Twitter: http://twitter.com/museumrotterdam

dinsdag 18 september 2012

Holland Amerika Lijn, Holland-Amerika Lijn, Holland America Line, HAL, H.A.L., Nederlandsch Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij, .....


“Hoe registreer je zoiets nou in Adlib?” vroeg mijn oudste zoon belangstellend – maar wel enigszins cynisch – tijdens een gezinsuitje naar het Openluchtmuseum. Adlib is ons digitale collectieregistratieprogramma en het “zoiets” was een Hollands hoen, dat in een kippenren naast de Staphorster boerderij rondscharrelde. Op het gaas hing een naambordje van het beest, voorzien van het museumlogo. Klaarblijkelijk maakte het dier deel uit van de museumcollectie.

Los van het obligate grapje dat het inventarisnummer wel op het ringetje om zijn poot zou staan, heb je twee mogelijkheden om het beest te catalogiseren. Het dier kan in de collectieregistratie omschreven staan als Hollands hoen of als: hoen, Hollands. Dit lijkt geneuzel, maar er zit nogal wat aan vast. Ga je zoeken op de website van het Openluchtmuseum, dan vind je bij de eerste term alles wat met “Hollands” te maken heeft. In het geval van het Openluchtmuseum is dat het zakje oud-Hollands snoep in het picknickkoffertje van de bakker, het Hollands gedestilleerd in het drankenarrangement, oud-Hollandse gerechten, de Snoeperij Hollands koekdippen (te boeken vanaf 20 personen), de thematentoonstelling “Hollandse Nieuwe” en zo meer.
Zoek je daarentegen op Hoen, dan leer je dat het Openluchtmuseum wel meer dan tien verschillende hoenderrassen heeft rondlopen, waaronder de Assendelfter, Chaamse hoenders, het Drentse hoen, het Twentse hoen, het Hollandse kuifhoen – dat zal ‘m wel zijn – het Nederlandse baardkuifhoen, de Kraaikop en de Noordhollandse blauwe. En dat alles in nauwe samenwerking met de Nederlandse hoenderclub, dus volledig diervriendelijk en verantwoord. Toch?
In het geval van het Hollands hoen heb je twee mogelijkheden tot zoeken met totaal verschillende resultaten. Die overzichtelijke luxe hebben we in het Maritiem Museum helaas niet altijd. Dat bleek onlangs weer eens, toen de directeur om een overzicht vroeg van alle objecten die te maken hebben met de Holland-Amerika Lijn, liefst voorzien van een korte beschrijving en een fotootje.

En dan begint de ellende, want Holland Amerika Lijn (met drie losse woorden) is slechts één van de manieren waarop deze rederij in de collectieregistratie is aangegeven. Daarnaast zijn er nóg -tig mogelijkheden waarop je kunt zoeken: met en zonder koppelteken, op zijn Nederlands of op zijn Engels, al dan niet afgekort (“Holl. Am. Lijn” of “HAL”/”H.A.L.”), de officiële aanduiding Nederlands Amerikaanse Stoomvaart Maatschappij (al dan niet met koppelteken, één of twee sch’s, Stoomvaart Maatschappij als twee losse woorden of als één woord, al dan niet afgekort – all in all meer dan vijftien verschillende spellingwijzen. Ga er maar aanstaan!
Rederij Van Nievelt Goudriaan is ook zo’n leuke: met een t of een d op het eind, met of zonder komma tussen Nievelt en Goudriaan, & Co of en Co, al dan niet gevolgd door Stoomvaart Maatschappij (met of zonder NV of N.V.), etc. Keus uit veertien varianten…

Een van de klussen voor het komende jaar is om hier de bezem door te halen. Hoe eenduidiger de aanduidingen zijn, hoe gemakkelijker en sneller het voor u wordt om te vinden wat u zoekt. Hetzelfde geldt voor de aanduidingen van personen – kunstenaars, eigenaars, reders, historische personen, enz. – die volgens de meest uiteenlopende spellingwijzen in het systeem zitten. De afdeling Informatiebeheer van het Maritiem Museum probeert dit samen met de collega’s van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Die worstelen namelijk met hetzelfde probleem. Met in totaal 70104 persoonsnamen en 4745 instellingsnamen in onze database is er voorlopig voldoende werk aan de winkel! En u hebt daar als bezoeker van Maritiem Digitaal op termijn veel gemak van.
Overigens hebben we – mocht u het nog willen weten – 5365 gerelateerde HAL-objecten in de collectie. Met de noodzakelijke basisgegevens en een fotootje erbij in totaal 1347 A4’tjes. De directeur hoefde geen uitdraai te hebben van de lijst; een PDF-bestand op een USB-stick was ook goed…


En voor wie de glorie van de Holland Amerika Lijn, de NASM, de HAL – of welke andere benaming uw voorkeur heeft – nog eens wil herbeleven: eind maart 2013 opent in het Maritiem Museum een tentoonstelling waarvan de voorlopige titel Cruisevaart luidt. Droom weg bij de luxe aan boord, laat u eens lekker verwennen en laat het u verder een zorg zijn hoe de naam van de rederij nu precies wordt gespeld!


woensdag 8 augustus 2012

Nogmaals kapitein Barend Klip


Toeval bestaat niet, zeggen ze wel eens. Het verhaaltje over de Amelander kapitein Barend Klip (zie mijn blog van 11 juli jongstleden) bracht een inwoner van Ameland er toe een reactie te sturen. Kapitein Klip blijkt één van de 96 Amelanders te zijn geweest, die bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog onder het Vaarplichtbesluit vielen. Aan al die Amelanders en hyun lotgevallen tijdens de oorlog is de tentoonstelling De verplichte Vaart. Amelanders in de Koopvaardij ten tijde van de WOII gewijd, die deze zomer in het Maritiem Centrum “Abraham Fock” in Hollum op Ameland wordt gehouden. Zie www.amelandermusea.nl.

De roots van Professor Plons


Het zal de meeste bezoekers en volgers van het Maritiem Museum niet zijn ontgaan dat de kindertentoonstelling Professor Plons volledig is vernieuwd. We zijn inmiddels aan de vierde editie toe en elke keer leren ook wij weer wat meer over de hooggeleerde heer. Dat zijn belangstelling en activiteiten op maritiem gebied liggen, is voor iedereen wel duidelijk en inmiddels heeft hij er ook een hele vriendenkring bij gekregen. De vraag waar professor Plons vandaan komt, is echter tot op heden nog onbeantwoord gebleven. Nu lijkt dan toch ook op dit raadsel een antwoord te kunnen worden gegeven: Professor Plons komt… uit Zwitserland! Net als die andere, inmiddels hoogbejaarde academicus, wiens achternaam ook met een P begint en die meer als zanger bekend was dan als econoom.

Op zo’n tachtig kilometer ten zuidoosten van Zürich, in het dal van de Seez en aan de A3 richting Chur, ligt het dorpje waaraan de professor zijn achternaam lijkt te hebben ontleend. Meer dan een paar honderd mensen wonen er niet en het staat in geen enkele toeristengids. Een gedenksteen die zijn geboortehuis aangeeft heb ik tijdens mijn bezoek niet kunnen ontdekken, maar als de enige plaats met die naam in West-Europa (het plaatsje Plonsk, 50 kilometer ten noordwesten van Warschau, buiten beschouwing gelaten), heeft het goede papieren om de link met onze Professor P. te kunnen leggen. En wie het niet gelooft, komt maar met bewijzen voor het tegendeel!

woensdag 11 juli 2012

Een zeemansleven in oorlogstijd


Je loopt bij De Slegte, je kijkt eens bij de boeken over scheepvaart omdat je man en je grootvader hebben gevaren en je vader ook bij een scheepvaartmaatschappij heeft gewerkt. Je ziet een boek staan dat je aandacht trekt en je ziet op de cover een schilderij waarop je grootvader is afgebeeld. Dat schilderij hing vroeger altijd boven het bureau van je (inmiddels overleden) vader en de afgelopen twintig jaar heb je je meermalen afgevraagd waar het eigenlijk gebleven was.
Dit overkwam de mevrouw die twee weken geleden in de kantine van het museum tegenover ons aan tafel zat. Het schilderij is gemaakt door Evert Jan Ligtelijn (1893-1975), die in opdracht van de KNSM regelmatig schilderijen maakte aan boord van KNSM-schepen. De afgebeelde kapitein was Barend Klip, in leven gezagvoerder op het s.s. ‘Cottica’ van de KNSM.
Barend Klip was afkomstig uit een eenvoudig gezin uit Ballum op Ameland. Begonnen als scheepsjongen, “voor de mast” zoals dat heet, klom hij door de afwisseling van varen en opleiding het lange traject naar de top: vierde stuurman, derde stuurman, tweede, eerste en vervolgens kapitein.

Het moet een aardige man zijn geweest, maar wel met natuurlijk gezag, te oordelen naar de foto’s die zijn kleindochter had meegenomen. Samen met de documenten en de foto’s die haar vader meer dan vijftien jaar geleden al aan het museum had geschonken, ontstond op de tafel het beeld van een zeemansbestaan met lange reizen, ver van huis. Zoals zo vaak liep ook het leven van kapitein Klip anders dan verwacht. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was hij aan boord van zijn schip. Alle Nederlandse zeelieden die op dat moment buitengaats waren, werden op grond van het zogenoemde Vaarplichtbesluit onder gezag van de Nederlandse regering in ballingschap geplaatst. Ze moesten blijven varen om de geallieerde bondgenoten bij te staan in hun oorlogsinspanningen en terugkeer naar Nederland was uitgesloten.
Onder de twaalfduizend Nederlandse zeelieden die dit overkwam, was ook Barend Klip. Klip maakte deel uit van de delegatie die op 28 juni 1943 in het Canadese Ottawa aanwezig was bij de doop van prinses Margriet, waarbij ze als petekind van de Nederlandse koopvaardij werd aangenomen. Op de foto die van die plechtigheid is gemaakt, haal je hem er direct uit. Klip tobde al jaren in toenemende mate met zijn gezondheid, maar wist dat voor eenieder te verbergen en bleef op de ‘Cottica’ zijn zeemansplicht vervullen. Totdat het echt niet meer ging. Hoewel de artsen het hem ontraadden, ging hij telkens weer terug aan boord. Uiteindelijk was ook dat hem te zwaar: hij overleed aan wal op Curaçao, op 2 februari 1944. Bij zijn begrafenis was zijn oudste zoon aanwezig, evenals vele collega’s van de KNSM. In een brief aan het New Yorkse kantoor van de KNSM wordt Klip geroemd om de orde en discipline die aan boord van zijn schip heerste en die alleen mogelijk was door zijn invloed en door het respect dat hij van zijn bemanning genoot. Zijn plichtsbetrachting en zijn toewijding aan zijn vaderland en de Maatschappij werden als een voorbeeld voor velen beschouwd.
Barend Klip: een man uit één stuk!

maandag 25 juni 2012

Rotterdamse scheepsbouw en Hollands glorie


Waar een verbouwing al niet goed voor is. Toen we enkele jaren geleden bezig waren met de verhuizing van de collectie technische tekeningen – met kasten en al – naar het externe depot van het museum in de Alexanderpolder, kwam er tijdelijk ruimte vrij in het depot. Dat was een mooie gelegenheid om eindelijk eens de drie opgerolde schilderijen te bekijken die als sinds jaar en dag in een hoekje van het depot waren opgeslagen. Ze waren te groot om op een veilige manier in de gangpaden van het depot te worden uitgerold, zonder het risico op schade aan de doeken. Er was alleen van bekend dat ze afkomstig waren van de werf van Piet Smit en we hadden ons al honderd keer afgevraagd wat er op zou staan en wie ze zou hebben gemaakt. Niemand die het wist – zelfs niet de oudgedienden onder de medewerkers, noch de pensionado’s die in dergelijke gevallen nog wel eens het collectieve geheugen van het museum willen aanvullen.
Met vereende krachten werden de drie schilderijen op een dinsdag op de lege vloer uitgerold. Zowel het formaat van de doeken als de voorstellingen overtroffen onze stoutste verwachtingen: drie geschilderde panorama’s met een lengte van zes tot tien meter, met daarop afgebeeld een keur van schepen op een rivier. Een waar Panorama Mesdag voor bootjesliefhebbers.

De schilderijen zijn in 1928 gemaakt door de Duitse schilder Adolf Bock. Alle afgebeelde schepen zijn onderzocht en het bleek dat ze gebouwd zijn bij Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf NV in Rotterdam. Deze werf bouwde tussen 1911 en 1932 bij Varkenoord, “op Zuid”, een grote verscheidenheid aan schepen, baggermolens, vrachtschepen, binnenvaartschepen, torpedobootjagers, wat al niet. Ook het grote 8000 tons drijvende dok, waarvan de reis naar Tandjong Priok in 1923 voorpaginanieuws was, is bij Burgerhout gebouwd en is op een van de schilderijen te zien. Ongetwijfeld heeft Bock de schilderijen gemaakt in opdracht van de directie van Burgerhout, die trots was op haar bouwlijst. Drie jaar later viel het doek voor de werf. De buurman, Scheepswerf en Machinefabriek Piet Smit, nam uiteindelijk de grond met de opstallen over. De drie schilderijen hebben vervolgens jaren lang in de personeelskantine van de werf van Smit gehangen. Na de sluiting van de werf van Smit kwamen ze in het museum terecht, opgerold op grote klossen omdat ze te groot waren om ze op te hangen.
Wat doe je met zulke enorme schilderijen? Het is zonde om dergelijke visitekaartjes van de Rotterdamse scheepsbouw opgerold in het depot te laten liggen. Een mooier en monumentaler tijdsbeeld van de Rotterdamse scheepsbouwactiviteiten vind je niet zo gauw. Die verdienen een plaats in de hal van het museum.

Om daar te kunnen hangen, moeten ze echter eerst worden gerestaureerd. En daar komt het relatief nieuwe begrip crowd funding om de hoek kijken. Zoals alle culturele instellingen moet ook het Maritiem Museum Rotterdam bezuinigen en met het onderzoek en de restauratie van deze drie schilderijen is veel geld gemoeid. Vandaar dat het museum een beroep doet op iedereen die de geschiedenis van de Rotterdamse scheepsbouw een goed hart toedraagt, om deze restauratie financieel te ondersteunen. Of misschien heeft u wel helemaal niets met de Rotterdamse scheepsbouw, maar bent u helemaal weg van de schilder Adolf Bock.

Wilt u uw steentje bijdragen aan de restauratie? Klik op onderstaande link en lees hoe dat kan: http://www.maritiemmuseum.nl/website/index.cfm?itm_id=267.
De familie Burgerhout heeft al een groot bedrag toegezegd, helpt u met de rest! We zien u dan graag bij de presentatie van de gerestaureerde schilderijen in het voorjaar van 2013!

woensdag 6 juni 2012

Shit happens


“Wist jij dat de voorvader van kapitein Schettino* een scheepswerf heeft gehad?” Vraag van collega Marcel, die een stapeltje foto’s uit de collectie voor zich op zijn bureau heeft liggen. Het zijn foto’s van de geruchtmakende tewaterlating van het stoomschip ‘Principessa Iolanda’ van de Società Lloyd Italiano op 22 september 1907 in Riva Trigoso bij Genua. De ergste nachtmerrie van een scheepsbouwer en van een reder: een tewaterlating die naadloos overgaat in een scheepsramp. Je legt de foto’s naast elkaar en je ziet het drama zich voltrekken. De eerste foto’s laten zien hoe het schip – het grootste tot dan toe in Italië gebouwd – van de helling glijdt en in het water terechtkomt. So far, so good.

Op de derde foto zie je het trotse gevaarte al enigszins naar bakboord overhellen. Op foto vier zie je het helemaal fout gaan en twee foto’s later constateer je dat het niet meer goed komt: het schip rolt niet meer terug, maar kapseist en uiteindelijk ligt de ‘Principessa Iolanda’ op foto zeven alleen met de bakboordzijde van de romp boven water. En dat alles voor de ogen van de uitgenodigde prominenten, directies en personeel van werf en rederij, het toegestroomde publiek en de aanwezige pers.

Daarmee kwam een ontijdig einde aan wat de trots van de Italiaanse scheepsbouw had moeten worden. Rekenfouten in de constructie en een combinatie van verkeerd ballasten en openstaande patrijspoorten tijdens de tewaterlating, maakten van de ‘Principessa Iolanda’ de ‘Wasa’ van de twintigste eeuw. Die bracht het echter nog tot haar maiden voyage en dat was de ‘Principessa Iolanda’ niet gegund.
De verleiding is groot om je over te geven aan allerlei bespiegelingen omtrent de wankele situatie van de Italiaanse maatschappij in het algemeen en de Italiaanse scheepsbouw en koopvaardij in het bijzonder. En wie daarvoor allemaal verantwoordelijk zijn. Hoewel daar in dit geval alle reden toe was, zullen we dat maar niet doen. Eén kapitein Schettino is wel genoeg. Laten we het gebeurde maar rangschikken onder de categorie shit happens.

* voor wie het even niet meer paraat heeft: de kapitein van het op 13 januari 2012 gekapseisde cruiseschip ‘Costa Concordia’ (zie mijn blog van 16 januari 2012)
Zie voor een gedetailleerd verslag: https://sites.google.com/site/mafaldasinking/the-principessa-jolanda---a-forewarning