woensdag 23 juli 2014

Zo goed als nieuw!


Het vervoer van scheepsmodellen is een aparte tak van sport. Wij van het Maritiem wisten dat natuurlijk al lang, maar voor sommige expeditiebedrijven is dat een nieuwtje. Zeker als een model verpakt is in een kist, kan er van alles misgaan. Een kist is tenslotte een kist, en als je niet kunt zien wat er in zit kan er wel eens nonchalant mee worden omgesprongen. Zeker bij internationaal vervoer, waarbij er vaak van transportmiddel wordt gewisseld. Bij de repatriĆ«ring van de Nedlloydcollectie uit de buitenlandse vestigingen, inmiddels alweer een jaar of acht geleden, bleek dat maar weer eens. We’ve seen it all: kisten die onderste boven werden vervoerd, kisten die van een heftruck waren afgevallen – “stuiteren” werd dat door een oud-collega wel genoemd – vitrines die gevuld waren met polystyreen balletjes, zodat het model helemaal moest worden leeggepeuterd – kortom: veel ellende. Maar de lotgevallen van de ‘Ares’ spanden de kroon.
Een op zich mooi modelletje van een typisch eind jaren ’50 vrachtschip, dat jarenlang in het kantoor van P&O Nedlloyd in Norfolk, Virginia had gestaan en dat met zijn fraaie gebogen front van het dekhuis en zijn imposante laad- en losgerei een mooie vertegenwoordiger was van een –es-klasse schip van de KNSM. Kenners weten waarover we het hebben.
Bij het verpakken voor het transport naar Nederland was de glazen vitrinekap verwijderd, omdat die gescheurd bleek te zijn. “The mast will also need some repair when it gets back to Rotterdam”, zo schreef de plaatselijke chief representative van P&O Nedlloyd in een mailtje.
Maar daar zou het niet bij blijven.

Het model werd samen met drie andere modellen – “in perfect condition” volgens de chief representative – op een koude februaridag in 2006 bij het museum afgeleverd. We wisten niet wat we zagen. Over de toestand van de andere drie modellen zal yours truly maar het zwijgen toe doen, anders wordt dit blog te lang, maar de ‘Ares’ had onderweg wel een heel aparte ervaring opgedaan. De kist was klaarblijkelijk aangereden door een vorkheftruck en de lepel van de heftruck had de voorkant van de kist naar binnen geslagen. Twee centimeter verder en de boeg van het model was in elkaar gedrukt. De fineerlaag van de bodemplaat was door de kracht wegschraapt maar had gelukkig erger voorkomen.

Tot zover het goede nieuws. Alles, maar dan ook werkelijk alles aan het model was los of kapot. Het dekhuis stond scheef op de romp, reddingboten, davits, dekluiken, luchthappers en trapjes lagen verspreid over de bodem van de kist, de masten stonden schots en scheef (maar dat wisten we al door het mailtje), de tuigage was aan flarden – kortom: het model was zo goed als total loss.

Een uitgebreide mailcorrespondentie met de chief representative in East Rutherford volgde. De beste man putte zich uit in excuses jegens ons en verwensingen en dreigementen met schadeclaims richting de verantwoordelijken voor de gang van zaken. Maar daarmee was het model niet gerestaureerd. Twee restauratoren hebben de schade in ogenschouw genomen en bekeken of het nog de moeite van het proberen waard was. Uiteindelijk was het onze eigen modelrestaurator Marco die de handschoen oppakte en het model onlangs volledig in oude luister herstelde.

En nu hebben we er weer een prachtig model bij. Ares, de god van de oorlog, heeft ook deze slag overleefd!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen