woensdag 11 juni 2014

Leuvehaven in beeld (12)


Donderdag 5 juni, 14.35 uur: Het is net even droog na een paar stevige regenbuien. Maar het komend weekend wordt het mooi weer. Op de kade lopen een paar toeristen en twee toekomstige collega’s van het Havenmuseum. En dat brengt ons weer bij de fusie.
De afgelopen weken is een aantal brainstormsessies gehouden waarbij medewerkers en vrijwilligers van beide musea zich onder het motto “Waartoe zijn wij op aarde?” bogen over de merkidentiteit van het nieuwe Maritiem Museum. De uitkomst van die discussies vonden hun weerslag in schema’s met pijlen, vraag- en uitroeptekens in diverse primaire kleuren, verduidelijkt met doorhalingen en onderstrepingen. Dat alles werd opgesierd door Post It-memoblaadjes gevuld met kreten, trefwoorden en antwoorden op de vraag waarom je als medewerker trots bent op het museum en waar het met het museum de komende jaren naar toe zou moeten.
Waar het op korte termijn naar toe gaat, werd deze week duidelijk. Deze week is door Maritiem Museum en Havenmuseum het jaarplan voor 2015 bij de Gemeente ingeleverd. Het eerste jaarplan van het nieuwe Maritiem Museum: een mijlpaal om even bij stil te staan. Tijdens een personeelsbijeenkomst in het Verolmepaviljoen werd het jaarplan door de directie toegelicht en werd de stand van zaken rond het fusietraject uiteengezet. Veel zaken zijn nog niet helemaal uitgekristalliseerd en dat was niet voor alle aanwezigen even gemakkelijk verteerbaar. Met name het geduld van de vrijwilligers van het Havenmuseum leek op de proef te worden gesteld, omdat zij hun kennis en ervaring graag willen overdragen op een jongere generatie. Maar Keulen en Aken zijn ook niet op één dag gebouwd: met een beroep op ieders medewerking, begrip en – vooral – geduld gaan de directies van beide musea door op de ingeslagen weg.
De volgende personeelsbijeenkomst is over een paar weken: met nieuwe haring!

maandag 26 mei 2014

Herinneringen aan de Grote Oorlog


Overal in Frankrijk kom je ze tegen, tot in het meest afgelegen dorp: monumenten die herinneren aan la Grande Guerre – de Eerste Wereldoorlog, volgens velen het echte begin van de twintigste eeuw. Nederland was toen neutraal en de gruwelen van 1914-1918 gingen dan ook goeddeels aan ons land voorbij. Toch zijn ook hier herinneringen aan die oorlog terug te vinden. Niet in de vorm van eindeloze velden waarin nog vrijwel wekelijks sporen van de strijd worden teruggevonden, zoals in België en Noord-Frankrijk, maar meer verstopt in ladekastjes en dozen op zolder. Fotoalbums, krantenknipsels, medailles en granaathulzen vertellen evenzeer het verhaal van die oorlog als de vroegere slagvelden van Noord-Frankrijk, de IJzertoren bij Diksmuide, de oorlogsbegraafplaatsen her en der met de onafzienbare rijen witte kruisen en het graf van de onbekende soldaat onder de Arc de Triomphe.
Naar die verhalen wordt nu gezocht, voordat ze – een eeuw na dato – volledig in de vergetelheid wegzinken. In het kader van het Europese project Europeana 1914-1918 werd daarvoor afgelopen zaterdag de laatste van drie “collectiedagen” gehouden. Na Huis Doorn en het Markiezenhof in Bergen op Zoom was het Maritiem Museum Rotterdam de gastheer van een omgekeerde Tussen Kunst & Kitsch.

Waar in de regel de experts hun kennis spuien aan de bezoekers, was het nu de beurt aan de eigenaren om het verhaal te vertellen van de voorwerpen die ze hadden meegebracht. De conservatoren van het museum zaten klaar om de verhalen op te tekenen en zo nodig door te vragen. De medewerkers van de afdeling Informatiebeheer zorgden voor het fotograferen en scannen van de objecten om ze op de website te kunnen plaatsen.

De opkomst hield helaas geen gelijke tred met de vooraf gekoesterde verwachtingen, maar al met al kwam er toch nog een aantal interessante objecten voorbij. Naast de fotoalbums van militairen met verhalen over de mobilisatie, het eindeloze wachten op oorlogshandelingen die uitbleven en het vechten tegen de verveling, waren er ook voorwerpen die emoties opriepen. Zoals de medailles en de bewaard gebleven eetlepel van de Engelse tuinderszoon Daniel Howard uit Twinstead, die als jongeman in de bloei van zijn leven de oorlog inging, de slag bij Verdun overleefde en als invalide naar Engeland terugkeerde – om daar te constateren dat er voor mensen zoals hij geen enkele opvang was geregeld. Ervaringen van mannen zoals hij leidden in 1921 tot het oprichten van het British Legion, dat zich het lot van de veelal invalide veteranen aantrok. Tot op de dag van vandaag draagt deze organisatie zorg voor de opvang van gedemobiliseerde soldaten van het Verenigd Koninkrijk.

Een van Howards nazaten in Nederland heeft zijn persoonlijke bezittingen geërfd en is als voorzitter van de Nederlandse tak van het British Legion actief. Door haar en door talloze anderen wordt na een eeuw nog steeds de herinnering aan en de lessen van de Eerste Wereldoorlog levend gehouden. En nu dus ook door de website Europeana 1914-1918, waarop dit en honderden andere verhalen te lezen zijn.

Zie voor het project: http://www.europeana-collections-1914-1918.eu/ en voor de website: http://www.europeana1914-1918.eu/nl

vrijdag 9 mei 2014

Leuvehaven in beeld (11)


Donderdag 8 mei, 14.30 uur: harde wind en veel regen wijzen in de richting van een vroege herfst. In de Leuvehaven ligt de ‘Dockyard V’ onder stoom, aan de Wilhelminakade ligt de ‘Aidastella’ van Aida Cruises afgemeerd. Het cruiseschip – gebouwd bij de Meyer Werft in Papenburg – is vanmorgen om 10 uur gearriveerd; vanavond om 22 uur kiest ze weer zee.
De foto is eigenlijk een week te laat gemaakt, maar yours truly kan helaas niet op twee plaatsen tegelijk zijn. Daardoor heb ik wel wat moois gemist: vorige week donderdag was de Leuvehaven niet alleen het toneel van varend erfgoed, maar ook van rijdend erfgoed. Collega Marcel spotte zo maar vier Citroëns Traction Avant op de kade!

woensdag 7 mei 2014

Uitstapje in de provincie


Enkele weken geleden was ik voor het eerst van mijn leven in Sliedrecht. Niet voor iedereen zal deze bekentenis als een schok komen, maar voor iemand die al de nodige jaren in het Maritiem Museum werkt en die al sinds eeuwen het voornemen had om een keer het Baggermuseum te bezoeken, is dat toch een enigszins ontluisterende ontboezeming.
Maar vorige maand was het dan toch zo ver. Het Nationaal Baggermuseum is een van de deelnemers aan de gezamenlijke website Maritiem Digitaal en levert altijd trouw vier maal per jaar een update van zijn collectiegegevens. Als applicatiebeheerder van Maritiem Digitaal was yours truly de afgelopen tijd tegen een paar opvallende dingen aangelopen, waarover eens met de aanleverende instelling moest worden overlegd. Voor dergelijke technische verhalen volstaan telefoon en mail niet altijd even goed, vandaar mijn expeditie.
Het Nationaal Baggermuseum – wee degene die het bijvoeglijk naamwoord vergeet! – is een van die musea die drijven op een club enthousiaste vrijwilligers. Zelf heb ik ooit bij een klein regionaal museum gewerkt en het kwam me bij dit eerste bezoek allemaal weer vertrouwd voor. De gastvrije ontvangst – je hebt al een kop koffie in handen voordat je de kans hebt gekregen je jas op te hangen – de vrijwilligers – in dit geval voor het grootste deel mannen, type krasse knar, want de baggerwereld is een mannenbolwerk - en die zonderlinge combinatie van een kantoorruimte met de sfeer van een huiskamer: vader kende het nog van vroeger.

Het gesprek met de betrokken vrijwilligers verliep vlot en bracht aan beide kanten van de tafel snel helderheid. Na het doorlopen van de aanleverprocedures van tekstuele collectiegegevens en beeldmateriaal en het maken van een vervolgafspraak om de vrijwilligers nog een paar handigheidjes aan te leren, was er nog tijd over om even snel een kijkje te nemen in het museum. Wat je daar niet wordt verteld over het baggeren en de baggerwereld is de moeite van het weten niet waard. Het voormalige woonhuis van Sliedrechts beroemdste zoon Adriaan Volker staat van onder tot boven vol met modellen van baggerschepen, werktuigen en wat er nog meer aan de reputatie van Sliedrecht als mondiale baggerhoofdstad heeft bijgedragen. "Alles zanikt bagger" zei de dichter Lucebert eens over de Hollandse benepenheid, maar dat citaat kan hier toch wel in veel positievere zin worden uitgelegd.
Een leerzaam bezoekje aan een leuk museum. En wat is een toepasselijker afsluiting dan de terugreis naar Dordrecht te maken in een treinstel dat naar Adriaan Volker is vernoemd?

dinsdag 22 april 2014

'Ouwe meuk, altijd leuk'


Het is weer eens wat anders dan het verplichte bezoek aan een meubelboulevard: de traditionele doubletten- en rekwisietenverkoop op Tweede Paasdag in het Maritiem Museum. En veel leuker! Vorige keer stond de hal vol met “weeskinderen” van oude tentoonstellingen en had het evenement veel weg van de vrijmarkt op Koningsdag. Ditmaal hadden de boeken de overhand. Op alle tafels die maar konden worden georganiseerd stonden letterlijk honderden meters boeken uitgestald, drie rijen dik. Duizenden titels, die op kopers lagen te wachten. Zoals gebruikelijk waren er honderden en honderden maritieme boeken in de aanbieding die overcompleet waren in de museumbibliotheek en die voor een klantvriendelijk prijsje aan geïnteresseerden werden overgedaan.

Een extraatje werd gevormd door de boeken uit de onlangs gesloten bibliotheek van het Koninklijk Instituut voor de Tropen, die voor een deel aan het Maritiem Museum waren overgedragen. Maar liefst zeven kubieke meter dozen stonden sinds een maand of wat in het depot opgeslagen en het Maritiem mocht er naar eigen inzicht over beschikken. De maritieme boeken waren er uit geselecteerd om in de museumbibliotheek te worden geïntegreerd. De rest werd voor een euro per stuk verkocht. Daar zaten titels bij die je niet direct bij de Bruna of v/h Polare tegenkomt. Wat te denken van: Imperialismus vom grünen Tisch: deutsche Kolonialpolitik zwischen wirtschaftlicher Ausbeutung und "zivilisatorischen" Bemühungen van Hartmut Pogge von Strandmann (Berlijn 2009), of: Race, colour & class in Southern Africa: a study of the coloured question in the context of an analysis of the colonial and white settler racial ideology, and African nationalism in twentieth century Zimbabwe, Zambia and Malawi van Ibbo Mandaza (Harare 1997)?
Niet ieders hart ging sneller kloppen bij het doornemen van dit deel van het assortiment, maar tussen het intimiderende aanbod van wetenschappelijke studies was er voor volhardende speurders toch nog heel wat interessants te vinden. Soms voorzien van een gedrukte waarschuwing voorin, die terwille van de gezondheid van de koper beter niet in de wind kan worden geslagen...

Er werd goed verkocht, soms na stilzwijgende strijd tussen geïnteresseerden voor dat ene boek dat ze beiden wilden hebben. Wie aarzelde of met zijn ogen knipperde, bleef met lege handen achter. Sommige klanten lieten zich door niets en niemand weerhouden en wrongen zich zelfs achter de verkooptafels om maar eerste keus te kunnen hebben. Die moesten vriendelijk doch beslist worden weggestuurd. Aan het eind van de dag waren de aanwezige medewerkers bekaf, maar het was de moeite waard geweest. We gaan maar weer opsparen voor de volgende doublettenverkoop.

En ook de trouwjurk van de tentoonstelling Yin & Jan verwisselde van eigenaar: onder toeziend oog van de camera van TV Rijnmond ging een trotse oma er mee aan de haal: voor haar kleindochter, die zo van verkleden houdt!

vrijdag 11 april 2014

Dreamnight op het water


Alweer voor de derde maal opende het Maritiem Museum afgelopen zaterdag zijn deuren voor Dreamnight at the Museum, de speciale avondopenstelling voor chronisch zieke en gehandicapte kinderen. De formule heeft zich inmiddels klaarblijkelijk bewezen, want met tweehonderd aanmeldingen was het nog veel drukker dan vorig jaar. De tentoonstelling Wonen op water was een dankbare aanleiding voor diverse spelletjes, zoals de zeebenentest, waarbij kinderen konden kijken of ze over zeebenen beschikten, het ophangen van de was op een waslijn zonder wasknijpers – die vallen namelijk toch altijd overboord – en het bouwen van woonbootjes.

De traditionele fotoshoot was ook weer op touw gezet, evenals de altijd populaire dekspelletjes in de Zeekastelen-tentoonstelling. De langste rijen stonden bij de ballonnenman. Het is fascinerend om te zien hoe met enkele armbewegingen een paar langwerpige ballonnen worden omgetoverd in een hond, een kroon of een octopus. Professor Plons was ook van de partij en liet zich minzaam knikkend rondleiden door een van de collega’s van Marketing & Communicatie. Dat is ook wel nodig – iemand die het weten kon, vertelde me dat je in het Plonspak vrijwel geen hand voor ogen ziet en maar op goed geluk een beetje in het rond moet wuiven.

Alle gefotografeerde kinderen kregen afgelopen week de gemaakte foto thuisgestuurd. Aan de reacties te oordelen hadden ze net zo’n leuke avond gehad als de medewerkers en vrijwilligers van het museum. Gasten ontvangen is ons dagelijks werk, maar speciale gasten zoals die van afgelopen zaterdag maken het werken in het Maritiem Museum voor ons toch ook wel heel bijzonder!

zaterdag 5 april 2014

Leuvehaven in beeld (10)


Donderdag 3 april, 14.40 uur: Drukkend warm, een lichte waas van vuil hangt boven de stad. Vanmorgen vond in de Zadkinezaal de eerste gezamenlijke personeelsbijeenkomst plaats van de medewerkers van het Maritiem Museum en (nu nog) het Havenmuseum. Eens in de zes weken wordt het personeel van het Maritiem bijgepraat over de ontwikkelingen rond het museum. Dat zijn nuttige bijeenkomsten, waar niet alleen het activiteitenprogramma voor de komende periode wordt toegelicht en even wordt stilgestaan bij de vertrekkende en komende collega’s, maar waar ook de politieke ontwikkelingen rond de Rotterdamse musea worden besproken. Het is duidelijk dat dit programmaonderdeel de afgelopen jaren met meer dan gewone belangstelling is gevolgd. En ditmaal was dus niet alleen het eigen personeel aanwezig, maar ook de toekomstige collega’s.
De nieuwe voorzitter van de gezamenlijke Raad van Toezicht, Roland Pechtold – inderdaad de broer van – hield een introductietoespraak, waarin hij blijk gaf van grote belangstelling voor en betrokkenheid bij het werk van de twee musea die binnenkort in elkaar opgaan. Ook werd een tipje van de sluier opgelicht van de nieuwe huisstijl, die in samenhang met de fusie zal worden geïntroduceerd. Ook al blijft onze naam gehandhaafd en zal de naam Havenmuseum verdwijnen, het samengaan van beide musea – gemakshalve in de wandeling “het Nieuwe Maritiem” genoemd – betekent ook een herbezinning op doel en missie van het fusiemuseum. De nieuwe huisstijl van het museum moet die verandering weerspiegelen.

Het logo met de M in een kring van water wordt na vijftien jaar vervangen door wat nieuws. Wat dat zal zijn, wordt in de loop van het najaar voor iedereen duidelijk. In ieder geval is de verandering groter – en goedkoper! – dan de veelbesproken wijziging van de huisstijl van de gemeente Amsterdam – zo mooi geparodieerd op Twitter.

... en zó komt het er in ieder geval niet uit te zien!