donderdag 17 maart 2011

Digitale hoogstandjes


Een van de schatten van het Maritiem Museum is de “Mercatoratlas”. Het is eigenlijk geen echte atlas, maar een wereldkaart die in stukken is geknipt en die is ingebonden. Een “kaart in atlasvorm”, zoals het door mijn collega Sjoerd wordt genoemd. En eigenlijk bestaat de atlas niet uit één kaart, maar uit delen van twee, of zelfs drie verschillende kaarten. Hoe het ook zij, de Mercatoratlas is een topstuk. Van de wereldkaart van Mercator zijn wereldwijd maar drie complete exemplaren bekend, waarvan het onze de enige ingekleurde en ingebonden kaart is.

In 2012 wordt herdacht dat Gerard Mercator 500 jaar geleden werd geboren. Ter gelegenheid daarvan wordt in het Maritiem een tentoonstelling georganiseerd en verschijnt er een speciaal boek waarin de atlas in zijn geheel wordt gereproduceerd. Daarvoor moest de atlas worden gefotografeerd en dat had heel wat voeten in de aarde. Vanwege de zeldzaamheid moest de atlas hier in huis worden gefotografeerd. Een gespecialiseerde fotograaf kwam met maar liefst twee assistenten en een voor een vermogen aan apparatuur naar het museum om hoge-resolutie opnamen van de kaarten in de atlas te maken - voor de kenners volgens de one shot/multi shot- methode, waarbij van elke kaart vier afzonderlijke foto’s worden gemaakt met elk zijn eigen kleurenspectrum. Dat levert enorme grote digitale bestanden op, die moeten worden gedownsized om er iets mee te kunnen doen.

Het maken van de opnamen kostte twee volle dagen, waarbij telkens heel kritisch moest worden gekeken of de bladen in de atlas wel mooi horizontaal lagen. Elke oneffenheid zou onscherpe partijen op de foto opleveren, en daarmee het effect bederven. Dat gold ook voor mogelijke trillingen tijdens de opname. Je voelt het zelf niet, maar de camera registreert de trillingen en blokkeert automatisch. Dan besef je weer dat het museum boven de metrobuis staat.

Elke opname werd op het scherm van een iMac uitvergroot, om te kunnen beoordelen of de hij wel scherp genoeg was. En leve Photoshop! – omdat de bladzijden te groot waren om in één keer te worden opgenomen, moesten telkens twee opnames aan elkaar worden gemonteerd.
Het resultaat van al dat werk ligt nu naast mijn toetsenbord, in de vorm van een klein zwart doosje, ter grootte van een pakje sigaretten: een externe harddisk, met daarop de digitale bestanden. Heel handig en technisch geavanceerd – maar ik heb toch eigenlijk liever een écht boek…

Sjoerd de Meer, Atlas van de Wereld, uitgave Walburg Pers, verschijnt dit najaar. De tentoonstelling in het Maritiem Museum Rotterdam over Mercator begint op 24 september 2011.

vrijdag 11 februari 2011

The curse of the Black Pearl



It = (LmBm^3)/12 + 2*(LzBz^3)/12 + 2*Lz*Bz*Dmz^2

Begrijpt u deze formule? Dan heeft u meer technisch inzicht dan ik. Net als mijn jongste zoon Maarten, die de afgelopen weken heeft meegedaan aan de Solar Boat Challenge Junior, een project van de TU Delft voor middelbare scholieren met technische interesse. Na een strenge selectie van aanmeldingen uit het hele land bleef een select gezelschap van vijfentwintig uitverkorenen over. Met groepjes van vier kregen de techneuten-in-spe hoor- en werkcolleges over mechanica, zonne-energie en scheepsbouw en moesten ze een miniatuurboot met zonnecel-aandrijving bouwen. Voor Maarten ging een wereld open – en voor ons ook. Allerlei formules en berekeningen (zoals de bovenstaande) werden met het grootste gemak opgelost – niet bepaald goed voor het zelfbeeld van yours truly – en er werd voortdurend ingespeeld op de maritiem-technische actualiteit. Zo was de gekapseisde binnenvaarttanker op de Rijn aanleiding voor uitgebreide technische bespiegelingen over het stabilisatiepunt van schepen, die aan de ontbijttafel van achter het pak hagelslag ten beste werden gegeven.
Een presentatie van het eigen project en een race tussen de gebouwde zonneboten sloot vorige week vrijdag het project af. Vanwege de harde wind kon de solar boat race niet op open water worden gehouden en moest er worden uitgeweken naar de sleeptank van de faculteit Werktuigbouwkunde, Maritieme Techniek & Technische Materiaalwetenschappen (in de wandeling 3mE) genaamd.

De afgelopen weken was door de vijf teams verwoed gewerkt aan de zonneboten. De leden van Team 1 hadden de hunne Black Pearl gedoopt – en misschien hadden ze dat beter niet kunnen doen. Bij de proefvaart deed het scheepje het prima, maar vlak voor aanvang van de race sloeg de Vloek van de Black Pearl toe en brandde het motortje door. Alles werd in het werk gesteld om het probleem te verhelpen, maar het mocht niet baten. Door het dwingende tijdschema van de sleeptankmedewerkers was er helaas niet genoeg tijd over om een nieuw motortje te installeren.
De teleurstelling was uiteraard groot, maar Team 1 nam man/vrouwmoedig zijn verlies. Maartens motivatie voor een technische studie is er alleen maar groter op geworden. Volgend jaar eindexamen doen en dan… op naar Delft!

Zie voor de Junior TU Delft: http://www.tudelft.nl/live/pagina.jsp?id=eccb1367-1501-45fa-9dc1-990f42454762&lang=nl en voor de Junior Solar Boat Challenge:
http://www.tudelft.nl/live/pagina.jsp?id=888fa943-19a4-4282-ba9d-e7e2085e6bf5&lang=nl

vrijdag 21 januari 2011

Onderzoek als werkverschaffing


Onder normale omstandigheden is het zo dat de directeur zijn medewerkers aan de arbeid zet in plaats van omgekeerd. De afgelopen tijd heb ik het genoegen mogen smaken dat de directeur van het Maritiem een klus voor mij moest opknappen. Als redactielid van het Rotterdams Jaarboekje – de al meer dan een eeuw verschijnende jaarlijkse bundel met bijdragen, gewijd aan de geschiedenis van Rotterdam – was mij gevraagd onze directeur te strikken voor een maritiem artikel. Directeuren zijn echter drukbezette mensen en uitgebreid archiefonderzoek zat er dus niet in. Een snelle brainstorm tussen ons tweeën in de gang voor de directiekamer leidde tot het idee om de positie van het Maritiem Museum in de wereld in het algemeen, meer specifiek in Nederland en in Rotterdam in het bijzonder als onderwerp te nemen voor een artikel. Daarvoor hoefde geen eindeloze speurtocht in de archieven op touw te worden gezet. Jaarverslagen, correspondentie en zelfs oral history van oud-medewerkers waren immers al in eigen huis – en dus onder handbereik.
Met de hem kenmerkende voortvarendheid pakte onze directeur het onderzoek aan. Hij heeft het geweten – en ik ook. Regelmatig zag ik hem door het gebouw snellen met een stapel jaarverslagen en een notebook onder de arm, af en toe een verwijtende blik mijn kant uitwerpend – als aanstichter van alle kwaad.

[Burgemeester Opstelten en Nedlloyd-bestuursvoorzitter Haddo Meijer metselen een oorkonde in bij de nieuwe Nedlloydvleugel van het Maritiem Museum, mei 2004]

De toezegging dat ik het bijbehorende illustratiemateriaal bij elkaar zou zoeken en een bemoedigend woord op zijn tijd hielden het moreel bij de schrijver hoog. En nu is het klaar: een goed geschreven artikel, waarin de argeloze belangstellende lezer een compleet beeld krijgt van meer dan anderhalve eeuw maritiem verzamelen in Rotterdam – en de meer ingewijde lezer tussen de regels door heel wat te weten komt over het maritiem-museale wel en wee van de afgelopen decennia. Maar wél tussen de regels door, want, zoals dat zo vaak met hedendaags onderzoek gaat: de écht leuke dingen uit het recente verleden worden niet opgeschreven. Dat is voer voor latere historici…

Het Rotterdams Jaarboekje is een uitgave van het Gemeentearchief Rotterdam, in samenwerking met het Historisch Genootschap Roterodamum. Het jaarboekje 2010 (11de reeks, 7de jaargang) verschijnt eind dit jaar. Het jaarboekje is voor leden van Roterodamum gratis verkrijgbaar.

donderdag 23 december 2010

Pieter


Afgelopen week moesten wij afscheid nemen van Pieter, die gedurende twee jaar als medewerker collectieregistratie tijdelijk de gelederen van de afdeling Behoud & Beheer heeft versterkt. Met zijn imposante gestalte, zijn sonore stem en zijn verzorgde kleding naar Engelse snit was hij – every inch a gentleman – een opvallende verschijning in de gangen van de kantoorvleugel. Als laatsten verschenen wij beiden tot voor een jaar nog met een das om op het werk. Nadat ook ik mijn “Prins Claus-moment” had beleefd en het dragen van een das onder werktijd had afgezworen, zwichtte Pieter tenslotte eveneens en verscheen ook hij met een open boord. Maar het colbert bleef aan!
Pieter is historicus en archivist en heeft een fabelachtige kennis van militaire geschiedenis – een erfenis van zijn vorige baan bij het Legermuseum in Delft. Die kennis kwam goed van pas bij het beschrijven van de collectie foto’s van marineschepen, bij uitstek een kolfje naar Pieters hand. Er is weinig wat hij op dit terrein niet weet, en die kennis paste hij ook met grote gretigheid toe in de vele beschrijvingen die hij van de objecten uit de collectie maakte: gedegen, goed geformuleerd en met aandacht en liefde voor het detail.
Daarnaast was Pieter uitermate welgemanierd. Als ik wegens werkzaamheden elders in het pand weer eens niet achter mijn bureau zat, nam hij steevast de telefoon aan. De gedecideerde en adequate manier waarop hij zich van die taak kweet, heeft sommigen tot de overtuiging gebracht dat ik er een particulier secretaris op nahield. Uiteraard was ik dan niet te beroerd om de mensen in die waan te laten…
Maar de tijden veranderen – waarover bij een andere gelegenheid meer – en daarmee kwam ook een onvermijdelijk eind aan Pieters werkzaamheden bij het museum. We zullen hem zeker missen.

dinsdag 21 december 2010

Ontmoeting met Erasmus


Soms kom je mensen tegen die verbanden kunnen leggen waar je zelf nooit aan hebt gedacht. Zo iemand is Lucho Alarcon, afkomstig uit Chili en de trotse bewoner van het geboortehuis van Piet Hein in Delfshaven (of het huis dat op de plaats staat van het geboortehuis van Piet Hein). Lucho is gefascineerd door de persoon Erasmus en door de invloed van diens ideeën. Hij is bezig met een film over de omzwervingen van het hekbeeld van het schip ‘De Liefde’, het schip dat in 1600 als eerste Nederlandse schip Japan aandeed en daarmee een periode van meer dan twee eeuwen nauwe betrekkingen tussen Nederland en Japan inluidde. ‘De Liefde’ heette oorspronkelijk ‘Erasmus’; het hekbeeld – het beeld dat op de spiegel van het schip stond – stelt dan ook de persoon Erasmus voor. Het originele beeld is in Japan achtergebleven en is daar lang in een tempel als een lokale heilige vereerd. Pas in de eerste helft van de twintigste eeuw realiseerden de Japanners zich dat het om een beeld van Erasmus ging. Helaas nét iets te vroeg. De toenmalige directeur van het Maritiem Museum was al ver gevorderd met zijn pogingen het beeld aan te kopen en naar Rotterdam over te brengen, toen de Japanse autoriteiten achter de werkelijke identiteit van het beeld kwamen en daar een stokje voor staken. Als troost kreeg het Maritiem Museum een replica van het beeld. En die replica was het doel van Lucho’s bezoek eind vorige week.

In zijn kielzog kwam een hele cameraploeg mee, die een sequenties moest filmen waarin Lucho’s confrontatie met Erasmus – althans: met het beeld van Erasmus – centraal stond. Het hele depot werd verduisterd, speciaal opgestelde spots moesten een droomsfeer scheppen, waarin Lucho als een soort slaapwandelaar blootsvoets door het depot dwaalt en het beeld van Erasmus ziet staan. Man versus materie: ik heb nog nooit iemand zó dicht met zijn neus op een museumvoorwerp zien staan. Dat leverde fascinerende beelden op, even fascinerend als de theorieën die Lucho over Erasmus heeft geformuleerd en die de pet van een eenvoudig hoofd Behoud en Beheer ver te boven gaan.

[foto Ximena Davalos]
Maar het resultaat moet zeker mooi worden. Binnenkort gaat Lucho terug naar Japan, naar het echte Erasmusbeeld, om de cirkel van zijn zoektocht naar het wezen van Erasmus te sluiten. We zijn benieuwd!

Gedver...!



Vorige week was yours truly de hekkensluiter bij de collegereeks van de Museumjeugduniversiteit, een serie van vier lezingen door medewerkers van het Maritiem Museum voor jonge weetgierigen tussen 8 en 12 jaar. Mijn collega’s hadden zich de afgelopen maanden al gebogen over vragen als “Had de VOC een TomTom aan boord?" en "Heeft elke piraat een houten been?". Ik zou de jonge studentjes onderhouden over de vraag "Ratten aan boord / muizen in een museum?" Zondag- en donderdagmorgen tweemaal vijfentwintig kinderen in de Zadkinezaal: het is wel even wennen als je zelf al uit de kleine kinderen bent en je bij lezingen vaak een publiek van senioren voor je neus hebt.
De kindertjes werden bijgepraat over alle gevaren die een museumcollectie kunnen bedreigen: van plaagdieren tot valpartijen bij transporten, van ideale klimatologische omstandigheden tot gespecialiseerd restauratiewerk. Om het verhaal aanschouwelijk te maken had ik een powerpointpresentatie in elkaar gezet en een keur aan voorwerpen meegenomen, variërend van beschadigde en gerestaureerde voorwerpen en klimaatapparatuur tot een ultraviolette lamp om de retouches op een schilderij te bekijken.
Mijn vroegere hoogleraar museologie had het altijd over “der Lust zum Grauen” – de behoefte om eens lekker te griezelen – als sleutel tot een succesvolle presentatie. En ook dit keer lukte dat: met detailfoto’s van papiervisjes krijg je zelfs de sterkte magen aan het draaien!
De collegereeks kreeg als geheel het cijfer 8,75 – een resultaat waarmee het museum zeer tevreden is. En het college over de ratten en muizen kreeg van die reeks de hoogste waardering, maar dat is niet alleen míjn verdienste: nadat op zondag de computer met daarop de presentatie al binnen tien minuten twee keer op zwart ging, hebben we het college voortgezet in het depot. En dat is altijd een winner!

Ben je ook lid van de doelgroep en heb je belangstelling voor dergelijke colleges? Of zijn uw (klein)kinderen er misschien in geïnteresseerd? Ga naar www.museumjeugduniversiteit.nl en meld je/ze aan!

vrijdag 3 december 2010

Zeevisserij op het Amsterdam-Rijnkanaal

Afgelopen week was ik op een tweedaagse cursus bij het softwarebedrijf dat het programma voor onze collectieregistratie heeft geleverd. Om “onder de motorkap” te kunnen kijken van het programma moet je meer weten dan de gemiddelde gebruiker, die zich beperkt tot invoeren, aanvullen en raadplegen van de collectieinformatie. Vandaar de cursus. Twee dagen lang werden we met een kleine groep collega’s van andere musea uit Nederland en België ingewijd in de geheimen van het basale programmeerwerk – aan het hogere programmeerwerk waren we nog lang niet toe. Hoe kun je het programma aanpassen aan de specifieke wensen en eisen van jouw museum? Hoe maak je velden in je database aan? En vooral: hoe pas je iets aan in het programma zonder direct onherstelbare schade aan te richten? Dat is niet zo gemakkelijk, want een knop “bewerking ongedaan maken” zit er niet op… Het is net als met autorijles: je moet na twee lessen niet de indruk hebben dat je al een volleerd chauffeur bent. Na afloop van de cursus moet je dan ook flink oefenen om beter thuis te raken in het programma en niet gelijk voor de verleiding bezwijken om te veel ineens aan te passen.
Even opkijkend van de computer wierp ik een blik op het nabij gelegen Amsterdam-Rijnkanaal. Tot mijn verbazing kwam daar opeens een Zeeuwse schelpenkotter voorbijvaren, stroomafwaarts richting Amsterdam. Het was de Yerseke 86 ‘Jacomina’, gebouwd in 1989 en met gestreken masten klaarblijkelijk onderweg naar een werf voor onderhoud. Vreemd gezicht: een zeegaande kotter op een inlandse scheepvaartroute – zoiets als een vrachtwagen op een fietspad.
Al met al tóch nog iets maritiems tijdens zo’n cursusdag!