vrijdag 21 januari 2011

Onderzoek als werkverschaffing


Onder normale omstandigheden is het zo dat de directeur zijn medewerkers aan de arbeid zet in plaats van omgekeerd. De afgelopen tijd heb ik het genoegen mogen smaken dat de directeur van het Maritiem een klus voor mij moest opknappen. Als redactielid van het Rotterdams Jaarboekje – de al meer dan een eeuw verschijnende jaarlijkse bundel met bijdragen, gewijd aan de geschiedenis van Rotterdam – was mij gevraagd onze directeur te strikken voor een maritiem artikel. Directeuren zijn echter drukbezette mensen en uitgebreid archiefonderzoek zat er dus niet in. Een snelle brainstorm tussen ons tweeën in de gang voor de directiekamer leidde tot het idee om de positie van het Maritiem Museum in de wereld in het algemeen, meer specifiek in Nederland en in Rotterdam in het bijzonder als onderwerp te nemen voor een artikel. Daarvoor hoefde geen eindeloze speurtocht in de archieven op touw te worden gezet. Jaarverslagen, correspondentie en zelfs oral history van oud-medewerkers waren immers al in eigen huis – en dus onder handbereik.
Met de hem kenmerkende voortvarendheid pakte onze directeur het onderzoek aan. Hij heeft het geweten – en ik ook. Regelmatig zag ik hem door het gebouw snellen met een stapel jaarverslagen en een notebook onder de arm, af en toe een verwijtende blik mijn kant uitwerpend – als aanstichter van alle kwaad.

[Burgemeester Opstelten en Nedlloyd-bestuursvoorzitter Haddo Meijer metselen een oorkonde in bij de nieuwe Nedlloydvleugel van het Maritiem Museum, mei 2004]

De toezegging dat ik het bijbehorende illustratiemateriaal bij elkaar zou zoeken en een bemoedigend woord op zijn tijd hielden het moreel bij de schrijver hoog. En nu is het klaar: een goed geschreven artikel, waarin de argeloze belangstellende lezer een compleet beeld krijgt van meer dan anderhalve eeuw maritiem verzamelen in Rotterdam – en de meer ingewijde lezer tussen de regels door heel wat te weten komt over het maritiem-museale wel en wee van de afgelopen decennia. Maar wél tussen de regels door, want, zoals dat zo vaak met hedendaags onderzoek gaat: de écht leuke dingen uit het recente verleden worden niet opgeschreven. Dat is voer voor latere historici…

Het Rotterdams Jaarboekje is een uitgave van het Gemeentearchief Rotterdam, in samenwerking met het Historisch Genootschap Roterodamum. Het jaarboekje 2010 (11de reeks, 7de jaargang) verschijnt eind dit jaar. Het jaarboekje is voor leden van Roterodamum gratis verkrijgbaar.

donderdag 23 december 2010

Pieter


Afgelopen week moesten wij afscheid nemen van Pieter, die gedurende twee jaar als medewerker collectieregistratie tijdelijk de gelederen van de afdeling Behoud & Beheer heeft versterkt. Met zijn imposante gestalte, zijn sonore stem en zijn verzorgde kleding naar Engelse snit was hij – every inch a gentleman – een opvallende verschijning in de gangen van de kantoorvleugel. Als laatsten verschenen wij beiden tot voor een jaar nog met een das om op het werk. Nadat ook ik mijn “Prins Claus-moment” had beleefd en het dragen van een das onder werktijd had afgezworen, zwichtte Pieter tenslotte eveneens en verscheen ook hij met een open boord. Maar het colbert bleef aan!
Pieter is historicus en archivist en heeft een fabelachtige kennis van militaire geschiedenis – een erfenis van zijn vorige baan bij het Legermuseum in Delft. Die kennis kwam goed van pas bij het beschrijven van de collectie foto’s van marineschepen, bij uitstek een kolfje naar Pieters hand. Er is weinig wat hij op dit terrein niet weet, en die kennis paste hij ook met grote gretigheid toe in de vele beschrijvingen die hij van de objecten uit de collectie maakte: gedegen, goed geformuleerd en met aandacht en liefde voor het detail.
Daarnaast was Pieter uitermate welgemanierd. Als ik wegens werkzaamheden elders in het pand weer eens niet achter mijn bureau zat, nam hij steevast de telefoon aan. De gedecideerde en adequate manier waarop hij zich van die taak kweet, heeft sommigen tot de overtuiging gebracht dat ik er een particulier secretaris op nahield. Uiteraard was ik dan niet te beroerd om de mensen in die waan te laten…
Maar de tijden veranderen – waarover bij een andere gelegenheid meer – en daarmee kwam ook een onvermijdelijk eind aan Pieters werkzaamheden bij het museum. We zullen hem zeker missen.

dinsdag 21 december 2010

Ontmoeting met Erasmus


Soms kom je mensen tegen die verbanden kunnen leggen waar je zelf nooit aan hebt gedacht. Zo iemand is Lucho Alarcon, afkomstig uit Chili en de trotse bewoner van het geboortehuis van Piet Hein in Delfshaven (of het huis dat op de plaats staat van het geboortehuis van Piet Hein). Lucho is gefascineerd door de persoon Erasmus en door de invloed van diens ideeën. Hij is bezig met een film over de omzwervingen van het hekbeeld van het schip ‘De Liefde’, het schip dat in 1600 als eerste Nederlandse schip Japan aandeed en daarmee een periode van meer dan twee eeuwen nauwe betrekkingen tussen Nederland en Japan inluidde. ‘De Liefde’ heette oorspronkelijk ‘Erasmus’; het hekbeeld – het beeld dat op de spiegel van het schip stond – stelt dan ook de persoon Erasmus voor. Het originele beeld is in Japan achtergebleven en is daar lang in een tempel als een lokale heilige vereerd. Pas in de eerste helft van de twintigste eeuw realiseerden de Japanners zich dat het om een beeld van Erasmus ging. Helaas nét iets te vroeg. De toenmalige directeur van het Maritiem Museum was al ver gevorderd met zijn pogingen het beeld aan te kopen en naar Rotterdam over te brengen, toen de Japanse autoriteiten achter de werkelijke identiteit van het beeld kwamen en daar een stokje voor staken. Als troost kreeg het Maritiem Museum een replica van het beeld. En die replica was het doel van Lucho’s bezoek eind vorige week.

In zijn kielzog kwam een hele cameraploeg mee, die een sequenties moest filmen waarin Lucho’s confrontatie met Erasmus – althans: met het beeld van Erasmus – centraal stond. Het hele depot werd verduisterd, speciaal opgestelde spots moesten een droomsfeer scheppen, waarin Lucho als een soort slaapwandelaar blootsvoets door het depot dwaalt en het beeld van Erasmus ziet staan. Man versus materie: ik heb nog nooit iemand zó dicht met zijn neus op een museumvoorwerp zien staan. Dat leverde fascinerende beelden op, even fascinerend als de theorieën die Lucho over Erasmus heeft geformuleerd en die de pet van een eenvoudig hoofd Behoud en Beheer ver te boven gaan.

[foto Ximena Davalos]
Maar het resultaat moet zeker mooi worden. Binnenkort gaat Lucho terug naar Japan, naar het echte Erasmusbeeld, om de cirkel van zijn zoektocht naar het wezen van Erasmus te sluiten. We zijn benieuwd!

Gedver...!



Vorige week was yours truly de hekkensluiter bij de collegereeks van de Museumjeugduniversiteit, een serie van vier lezingen door medewerkers van het Maritiem Museum voor jonge weetgierigen tussen 8 en 12 jaar. Mijn collega’s hadden zich de afgelopen maanden al gebogen over vragen als “Had de VOC een TomTom aan boord?" en "Heeft elke piraat een houten been?". Ik zou de jonge studentjes onderhouden over de vraag "Ratten aan boord / muizen in een museum?" Zondag- en donderdagmorgen tweemaal vijfentwintig kinderen in de Zadkinezaal: het is wel even wennen als je zelf al uit de kleine kinderen bent en je bij lezingen vaak een publiek van senioren voor je neus hebt.
De kindertjes werden bijgepraat over alle gevaren die een museumcollectie kunnen bedreigen: van plaagdieren tot valpartijen bij transporten, van ideale klimatologische omstandigheden tot gespecialiseerd restauratiewerk. Om het verhaal aanschouwelijk te maken had ik een powerpointpresentatie in elkaar gezet en een keur aan voorwerpen meegenomen, variërend van beschadigde en gerestaureerde voorwerpen en klimaatapparatuur tot een ultraviolette lamp om de retouches op een schilderij te bekijken.
Mijn vroegere hoogleraar museologie had het altijd over “der Lust zum Grauen” – de behoefte om eens lekker te griezelen – als sleutel tot een succesvolle presentatie. En ook dit keer lukte dat: met detailfoto’s van papiervisjes krijg je zelfs de sterkte magen aan het draaien!
De collegereeks kreeg als geheel het cijfer 8,75 – een resultaat waarmee het museum zeer tevreden is. En het college over de ratten en muizen kreeg van die reeks de hoogste waardering, maar dat is niet alleen míjn verdienste: nadat op zondag de computer met daarop de presentatie al binnen tien minuten twee keer op zwart ging, hebben we het college voortgezet in het depot. En dat is altijd een winner!

Ben je ook lid van de doelgroep en heb je belangstelling voor dergelijke colleges? Of zijn uw (klein)kinderen er misschien in geïnteresseerd? Ga naar www.museumjeugduniversiteit.nl en meld je/ze aan!

vrijdag 3 december 2010

Zeevisserij op het Amsterdam-Rijnkanaal

Afgelopen week was ik op een tweedaagse cursus bij het softwarebedrijf dat het programma voor onze collectieregistratie heeft geleverd. Om “onder de motorkap” te kunnen kijken van het programma moet je meer weten dan de gemiddelde gebruiker, die zich beperkt tot invoeren, aanvullen en raadplegen van de collectieinformatie. Vandaar de cursus. Twee dagen lang werden we met een kleine groep collega’s van andere musea uit Nederland en België ingewijd in de geheimen van het basale programmeerwerk – aan het hogere programmeerwerk waren we nog lang niet toe. Hoe kun je het programma aanpassen aan de specifieke wensen en eisen van jouw museum? Hoe maak je velden in je database aan? En vooral: hoe pas je iets aan in het programma zonder direct onherstelbare schade aan te richten? Dat is niet zo gemakkelijk, want een knop “bewerking ongedaan maken” zit er niet op… Het is net als met autorijles: je moet na twee lessen niet de indruk hebben dat je al een volleerd chauffeur bent. Na afloop van de cursus moet je dan ook flink oefenen om beter thuis te raken in het programma en niet gelijk voor de verleiding bezwijken om te veel ineens aan te passen.
Even opkijkend van de computer wierp ik een blik op het nabij gelegen Amsterdam-Rijnkanaal. Tot mijn verbazing kwam daar opeens een Zeeuwse schelpenkotter voorbijvaren, stroomafwaarts richting Amsterdam. Het was de Yerseke 86 ‘Jacomina’, gebouwd in 1989 en met gestreken masten klaarblijkelijk onderweg naar een werf voor onderhoud. Vreemd gezicht: een zeegaande kotter op een inlandse scheepvaartroute – zoiets als een vrachtwagen op een fietspad.
Al met al tóch nog iets maritiems tijdens zo’n cursusdag!

vrijdag 5 november 2010

Herkent u ‘m nog?


Vanmorgen samen met collega Irene Jacobs op bezoek geweest bij restauratrice Annetje Roorda Boersma, die bezig is met de restauratie van het schilderij van Thomas Luny (zie mijn blog van 18 december 2009). Inmiddels is de vergeelde vernislaag voor het grootste deel verwijderd en dat is altijd een spectaculair gezicht. Het is net alsof er een vergeelde vitrage is weggetrokken en het schilderij er in al zijn frisheid achter tevoorschijn komt.
Niet alleen in al zijn frisheid: ook diverse beschadigingen en retouches worden beter zichtbaar en zelfs meer dan dat. Een schilder kan zich bij het schilderen ook wel eens bedenken en een stukje van de voorstelling weghalen of overschilderen. Pentimenti heten zulke verbeteringen – van het Italiaanse pentirsi of berouw hebben. Zo blijkt de vlag van het schip aan de rechterkant gedeeltelijk te zijn overschilderd. Dat hadden we niet gezien toen de vernislaag nog op het schilderij zat!

Met Annetje en haar medewerkster Johanneke wordt overlegd over de verdere stappen die bij de restauratie moeten worden genomen. Sommige later aangebrachte retouches zijn tamelijk hardnekkig en moeilijk te verwijderen. Ook zijn sommige delen van de lucht merkwaardig verkleurd; de vraag is wat “we” daaraan moeten en kunnen doen. De restauratrices wikken en wegen, adviseren en tenslotte hakken we gezamenlijk de knoop door.
Je leert veel van dergelijke atelierbezoeken. Door de ogen van de restaurator kijk je niet alleen maar naar “het plaatje”, maar ook naar de toestand van het schilderij. Je ziet als het ware de levensloop van het werk nadat het door de schilder was voltooid. Als je een schilderij aanlicht met een ultraviolette lamp, zie je pas goed hoeveel overschilderingen er soms op een voorstelling zitten. Zo’n schilderij kan behoorlijk hebben geleden onder vroegere restauraties en soms moet je tot de conclusie komen dat een eerdere ingreep niet meer ongedaan kan worden gemaakt.
Zo erg is het bij dit schilderij gelukkig niet. En als we voor vertrek nog even een blik mogen werpen op een ander schilderijtje uit onze collectie, dat – gerestaureerd en wel – ligt te wachten totdat het door onze depotbeheerder wordt opgehaald, dan word je helemaal vrolijk!

Brabants erfgoed en Bossche bollen


Twee keer per jaar ga ik terug naar mijn Brabantse museale "roots". Als uitvloeisel van mijn vroegere werkkringen bij twee Brabantse musea in de jaren tachtig en negentig heb ik zitting in de commissie Subsidie Basistaken Musea. Dat is een adviesorgaan van Erfgoed Brabant, dat beslist over subsidieaanvragen van Brabantse musea op het gebied van aankopen, restauraties en andere activiteiten die het functioneren van musea kunnen verbeteren. De commissie bestaat uit drie personen uit “het museumveld”, onder wie yours truly. Tweemaal per jaar krijgen de commissieleden een hele stapel subsidiedossiers toegestuurd, die ter vergadering worden besproken. De consulenten van Erfgoed Brabant geven zo nodig toelichting, waarna de commissie een besluit neemt over de toekenning van subsidies.
Het zijn altijd plezierige bijeenkomsten, waarbij je ook een hoop opsteekt en goede tips krijgt die je bij je eigen werk ook kunt toepassen. Een bonte stoet van aanvragen passeert de revue; rijp en groen komt langs. Soms voor een overzichtelijk bedrag voor een enkele aankoop of restauratie, maar niet iedereen is even bescheiden. Zo was daar deze keer een aanvraag van een museum dat uitsluitend in de weekends open is en op jaarbasis circa 2000 bezoekers ontvangt. Het museum vroeg subsidie aan voor de aanschaf van diverse presentatietechnische toeters en bellen, die zelfs in het Maritiem Museum niet zouden misstaan. Het gevraagde bedrag beliep maar liefst meer dan een halve ton…

En dan, als de vergadering is afgelopen en het museaal cultureel erfgoed van Noord-Brabant weer voor een half jaar met extra financiële ondersteuning is veiliggesteld, volgt steevast het traditionele bezoek aan bakker Jan de Groot aan de Stationsweg. Jan de Groot: de bakker van de Echte Bossche bollen, de bakker bij wie de rij klanten steevast tot buiten de winkel op het trottoir staat en waar de bollen (echte Brabanders spreken over chocoladebollen – met de klemtoon op de voorlaatste lettergreep – niet over Bossche bollen) bijna sneller worden verkocht dan ze kunnen worden gemaakt. Overheerlijk, maar ze staan in de maag. Nuttig ze dus met beleid.
Over Brabants cultureel erfgoed gesproken…

Zie: www.erfgoedbrabant.nl; www.bosschebollen.nl