woensdag 10 maart 2010

Klussen op zondag





Ook in het Maritiem wordt af en toe onze nationale sport beoefend: klussen op zondag. Afgelopen zondag was het weer zover. Na alle drukte van de Museumnacht – zevenduizend man over de vloer, heel gezellig en leuk, u komt toch volgend jaar weer? – was het zondagmorgen half acht de beurt aan de ploeg die de modellenwand moest ontmantelen. De modellenwand is de gangbare naam voor de “maritieme letterbak” die de afgelopen tien jaar de aanblik van de grote museumhal heeft beheerst. Nu moeten de modellen wijken voor de verbouwing van de hal. Ze komen daar niet meer terug.
Enige weemoed was yours truly niet vreemd. Vooral bij grote bijeenkomsten zoals openingen, vriendenavonden en symposia dwaalde mijn blik af en toe naar boven, naar al die rijen scheepsmodellen die daar stonden te pronken. Chauvinist als ik ben, betrapte ik me dan onwillekeurig op een gevoel van trots op de collectie, die daar zo majestueus boven de aanwezigen uitstak.
Maar afgelopen zondag was er geen tijd voor weemoed: er was werk aan de winkel! Met vijf man van de technische dienst, vier man van de afdeling Behoud & Beheer en een batterij aan technische hulpmiddelen werden in precies vier uur tijd alle modellen van hun steunen getild en naar beneden gehaald. Een ballet voor twee plateauhefwagens en een vorkheftruck, met de medewerkers van de technische dienst als waaghalzen in de lucht en de depotbeheerders, de modelrestaurator en ik veilig beneden op de grond om de modellen snel en doeltreffend richting depot af te voeren. En dat alles onder de verbaasde en bewonderende blikken van een duidelijk geïmponeerd en vooral jeugdig publiek.
Om twaalf uur ’s middags was de hele wand leeg en keerde de rust weer. Tot maandagmorgen, want toen barstte het circus van de verbouwing pas echt goed los.

En al die scheepsmodellen? De looppaden in het depot kunnen nu de vergelijking met de Amsterdamse P.C. Hooftstraat met glans doorstaan. Hele rijen dubbel geparkeerde modellen op “hondjes” (voor niet-ingewijden: meubelrollers) staan te wachten om te worden geïnspecteerd en schoongemaakt, om vervolgens een definitieve standplaats te krijgen in het depot, wachtend op een nieuw optreden in het maritieme circus.
De “doos met spullen” is soms wel heel erg vol…

woensdag 3 maart 2010

Een gewichtige zaak


Collega Wouter Heijveld vroeg zich in zijn blog van 15 december jongstleden af hoeveel het zilveren modelletje van de ‘Katwijk’ woog. Het hoofd Behoud & Beheer houdt zich af en toe ook bezig met maten en gewichten, maar dan op een wat minder verheven niveau. Ooit stilgestaan bij de vraag wat een doos met glasnegatieven weegt? Of een doos met bedrijfsdrukwerk? Een weldenkend mens houdt zich niet zo snel met dergelijke fundamentele kwesties bezig, maar als je een depotruimte moet inrichten moet je rekening houden met de draagcapaciteit van de vloeren. Het kan wel eens handig zijn als je de antwoorden op deze vragen dan paraat hebt.
Het prentendepot van het museum bevindt zich op de vierde verdieping, boven de personeelskantine. Lezers van dit blog weten dat in dat depot nieuwe verrijdbare stellingkasten zijn geplaatst. Wanneer je die kasten gaat inrichten met prenten, foto’s en brochures uit de collectie heb je rekening te houden met de maximum draagcapaciteit van de vloeren. Proefondervindelijk is vastgesteld dat een doos glasnegatieven ongeveer 2½ kilo weegt en een doos bedrijfsdrukwerk – menukaarten, folders, reisbrochures en wat dies meer zij – ongeveer 5 kilo. In één stellingkast gaan 7 x 20 x 4 = 560 dozen glasnegatieven. Dat is 1400 kilo glaswerk, schoon aan de haak. In een stellingkast van dezelfde grootte gaan 7 x 8 x 4 = 224 dozen bedrijfsdrukwerk. Bij een gemiddeld gewicht van 5½ kilo per doos is dat maar liefst 1232 kilo bedrukt papier. Als dat totaalgewicht – vermeerderd met het eigen gewicht van de stalen kasten – boven de maximum vloerbelasting uitkomt, kan dat op termijn vervelende gevolgen hebben. De kans dat de collectie door de vloer heen zakt en de lunchende collega’s onder haar gewicht verplettert is weliswaar niet zo groot, maar het is wel zaak zoveel mogelijk binnen de normen te blijven die bij de bouw zijn gehanteerd. Gelukkig wordt het gewicht van de kasten over een voldoende groot oppervlak verspreid en kan het gebouw wel een stootje hebben. Collega’s aan de lunch hoeven er niet over in te zitten dat elke volgende hap hun laatste zou kunnen zijn…

dinsdag 2 maart 2010

Het roer moet om!




Grote gebeurtenissen werpen hun schaduw altijd vooruit. En als het grote houten scheepsroer in de hal van zijn plaats wordt gehaald dan is er een grote gebeurtenis op handen: de herinrichting van de museumhal. Het roer was het laatste museumobject dat sinds de opening van het museumgebouw in 1986 nog op zijn oorspronkelijke plaats zat, naast de gangway, de ijzeren loopbrug die van de begane grond naar de eerste verdieping voert. Elke bezoeker van het museum kwam er langs en onwillekeurig zal hij of zij wel eens naar boven hebben gekeken. Zeven meter en vijf centimeter hoog – geen museumobject, maar veeleer een maritiem statement. Bij elke draai van de gangway zag je er een stukje meer van totdat je, bij de eerste verdieping gekomen, de smeedijzeren helmstok aan de bovenzijde op ooghoogte had. Een stille getuige van een voorbij tijdperk, die roerloos – als de lezer yours truly deze woordspeling wil vergeven – uittorende boven al het gewoel in de hal tijdens drukke dagen en (museum)nachten.
Gisterochtend werd het gevaarte door medewerkers van de firma “Condor” van zijn plaats gehaald. Voor hen was het een déjà vu: vierentwintig jaar geleden had “Condor” het roer met een kraan aan de ogen of “vingerlingen” in de muur getild. Nu kwamen er twee heftrucks aan te pas om het roer weer uit de ogen te hijsen en aan de tegenovergelegen muur op zijn nieuwe plek op te hangen. Een goed voorbereide klus, die binnen enkele uren geheel volgens plan werd uitgevoerd.
Het roer hangt nu op de plaats waar tot voor enkele jaren het plafond van de Grand Hall van de ‘Nieuw Amsterdam’ heeft gehangen. Het zal daar veel meer tot zijn recht komen dan op de oude plaats, waar het toch altijd een beetje verstopt hing achter de gangway. Als u nieuwsgierig bent naar het resultaat kunt u het tot en met komend weekend bekijken. Op maandag 8 maart wordt het roer ingepakt om het stofvrij te houden tijdens de verbouwing van de hal, die dan zal beginnen.

woensdag 10 februari 2010

Familiebezoek

Afgelopen week hadden de conservatoren en de hoofden van de Bibliotheek en de afdeling Behoud & Beheer van het Maritiem Museum het jaarlijkse gezamenlijke overleg met de collega’s van het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam. Niet dat we elkaar anders nooit spreken: er is regelmatig contact tussen conservatoren en afdelingshoofden van de beide musea om zaken op elkaar af te stemmen op het gebied van aankopen van bepaalde objecten, bruiklenen, collectiebeheer en natuurlijk over het gezamenlijke jaarboek, dat dit jaar zijn derde editie zal beleven. Maar daarover later meer.
Die regelmatige contacten hebben over het algemeen een concrete aanleiding. Daardoor komt de grotere lijn in de onderlinge verhoudingen niet altijd goed uit de verf. Vandaar dat de beide collectiebeherende afdelingen jaarlijks bij elkaar over de vloer komen om elkaar op de hoogte te stellen en te houden waar we zoal mee bezig zijn.
Waren de NSA’ers vorige jaar bij ons te gast, dit jaar togen wij naar Amsterdam om de contacten weer eens op te frissen.
Het Zeemagazijn – het museumgebouw van het NSA – wordt momenteel gerestaureerd. Onze Amsterdamse collega’s zitten daarom veilig en wel in een gebouw op het terrein van het Marine-etablissement naast het museum, waar je komt alleen binnenkomt op uitnodiging en op vertoon van je identiteitsbewijs. Elk oorzakelijk verband tussen de strenge beveiliging van het marineterrein en de aanwezigheid van onze collega’s daar, is uiteraard voor rekening van kwaaddenkenden…
Het was een vruchtbare bijeenkomst, waarbij de plannen op het gebied van het verzamelbeleid nader werden toegelicht en waar ideeën werden uitgewisseld. Beide musea weten nu weer van elkaar welke verzamelgebieden de komende jaren speciale aandacht zullen krijgen. Dat voorkomt dat de musea elkaar onbedoeld in de weg zitten bij het verwerven van nieuwe objecten voor hun collecties.
We zien onze collega’s van het NSA graag volgend jaar weer in Rotterdam – als ze tenminste het marineterrein afmogen…

vrijdag 29 januari 2010

Dat waren nog eens tijden!




Zondag 24 januari was het Nedlloyddag in het museum. De jaarlijkse bijeenkomst van oud-medewerkers van Nedlloyd vond ditmaal plaats in het Maritiem Museum en stond geheel in het teken van het ophalen van herinneringen aan vroeger. So what? zult u denken. Dergelijke bijeenkomsten staan toch altijd geheel in het teken van het ophalen van herinneringen aan vroeger? Vandaar dat ze zo populair zijn. Dat klopt, maar ditmaal zou ook het museum er zijn voordeel mee doen. Een heel leger van medewerkers stond in de startblokken om de wetenswaardigheden te noteren die bij de bezoekers zouden opwellen bij het aanschouwen van elkaar en van objecten uit de Nedlloydcollectie.
Het was een bijzonder geslaagde dag met ruim honderddertig oud-Nedlloyd’ers, van Groningen tot Goes, die de sneeuw en kou hadden getrotseerd om elkaar weer eens te ontmoeten.
In de Zadkinezaal werden Nedlloydfilms vertoond, oud Nedlloydtopman Rootliep haalde in de grote hal in een aangepaste versie van Klasgenoten gezamenlijk herinneringen op aan het glorieuze Nedlloydverleden en yours truly legde uit hoe je als bezoeker van de website Maritiem Digitaal commentaar, aanvullingen en correcties kunt toevoegen aan de objectbeschrijvingen. In de vergaderzaal werden oud-medewerkers van Nedlloyd geïnterviewd voor de camera en in de Bibliotheek wachtten de conservatoren vol spanning af of bezoekers nieuwe inzichten en nieuwe kennis over een aantal objecten zouden kunnen verschaffen.
En ze werden niet teleurgesteld: van de tien voorwerpen die uit het depot waren gehaald, waren er zeker vijf waarover iets te melden viel,hoewel de kenners elkaar wel eens tegenspraken. Zelfs voor de herkomst van het terra cotta tableau (zie het vorige blog) werd nog een suggestie gedaan. Een mooi uitgangspunt voor nader onderzoek.
Al met al een bijzonder geslaagde dag, met dank aan de mannen en vrouwen van Nedlloyd.

donderdag 28 januari 2010

Puzzel mee met B&B!




Af en toe is er binnen de afdeling Behoud & Beheer van het Maritiem Museum ook gelegenheid voor scheppende arbeid. Als voorbereiding op de jaarlijkse bijeenkomst van gepensioneerden van Koninklijke Nedlloyd – waarover later meer – was een selectie gemaakt van “onbekende” voorwerpen uit de Nedlloydcollectie: de collectie kunst- en historische voorwerpen van Nedlloyd en haar voorgangers, die sinds een jaar of zes in langdurig bruikleen bij het Maritiem Museum berust. Onbekende voorwerpen, in de zin van: het zit in de museumcollectie maar we weten er werkelijk niets van af.
Onder het motto “Draag uw steentje bij” was in de Nedlloyd Pensioenkrant van november een oproep gedaan aan oud Nedlloydmedewerkers om hun kennis te spuien over geheimzinnige voorwerpen uit onze collectie, geïllustreerd met enkele aansprekende voorbeelden. Deze oproep had al enkele goede suggesties opgeleverd, dus de verwachtingen waren hoog gespannen.
We waren met name benieuwd naar aanwijzingen omtrent de inhoud van een aantal metalen kratten, die al enkele jaren in een hoek van het depot stonden. In die kratten zaten stukken geglazuurde terra cotta fragmenten van – ja, van wát eigenlijk? Geen idee! De Nedlloyddag vormde een dankbare aanleiding om letterlijk het stro in te duiken en de inhoud van de kratten aan een nader onderzoek te onderwerpen.
En dat viel niet mee. Afgezien van de enorme troep die het uitpakken van zeven kratten met stro oplevert, bestond de oogst uit meer dan tachtig onderdelen van een soort kunstwerk, van nummers voorzien en vergezeld van een globaal schetsje waaruit je niet veel wijzer kon worden.
Er zat niets anders op dan alle stukken uit te leggen om te zien of er iets herkenbaars van kon worden gemaakt. De depotbeheerders sloegen met groot enthousiasme aan het puzzelen: de stukken werden op numerieke volgorde gelegd, delen werden aaneen gevoegd om vervolgens weer van elkaar te worden gehaald, passerende collega’s speculeerden driftig over aard, oorsprong en doel van het kunstwerk en vooral over wat het eigenlijk zou moeten voorstellen. Want dat was na een klein uur puzzelen nog steeds niet duidelijk. Tot overmaat van ramp bleek het ensemble niet compleet te zijn, zodat we aan alle kanten vastliepen.
Onze hoop was gevestigd op de oud-Nedlloyd’ers, die ons misschien wel uit de brand zouden kunnen helpen. Nog twee nachtjes slapen en dan zouden we het weten!

dinsdag 19 januari 2010

Bruikleenperikelen


Bruikleenverstrekking is een aparte tak van sport in museumland. Het Maritiem Museum handelt per jaar zo’n tachtig tot honderd bruikleenaanvragen af. Grote musea, kleine musea, allemaal weten ze de weg naar het Maritiem Museum te vinden voor het lenen van objecten voor tentoonstellingen met een maritiem tintje.
Zo ook het Historisch Museum Den Briel, dat voor de tentoonstelling Zeehelden op postzegels een aantal portretten van zeehelden wilde lenen. De Nederlandse filatelie heeft altijd een grote mate van historisch besef gekend, met als gevolg dat vele nationale zeehelden als Tromp, De Ruyter en Piet Hein met hun postzegel op een postzegel hebben gestaan. Het Brielse museum heeft daar nu een tentoonstelling aan gewijd en wilde graag een aantal prenten uit onze collectie lenen die als voorbeeld hebben gediend voor dergelijke postzegelreeksen.
Aangezien het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam vanwege de verbouwing van het Zeemagazijn een bruikleenstop heeft afgekondigd, was de aanvraag bij ons dubbel zo groot – maar liefst zestien prenten, een authentiek zeventiende-eeuws scheepsmodel en een schilderij stonden op het verlanglijstje van onze Brielse collega’s.

Voor de afhandeling van zo’n aanvraag komt meer kijken dan je zo op het eerste gezicht zou denken. Een museum is geen supermarkt, waar je je boodschappenwagentje vol laadt en bij de kassa afrekent. Het heeft meer weg van een ouderwetse bibliotheek met gesloten kasten en een bibliothecaresse (mét knotje) die je over haar halvemaanvormig brilletje streng aankijkt, je zuchtend het gevraagde boek overhandigt en je sissend de vraag toevoegt of je er wel voorzichtig mee zult zijn. Anders zwaait er wat!
In de regel zijn we bij bruikleenverstrekkingen wel wat vriendelijker, maar we gaan niet over één nacht ijs. Een aanvraag wordt behandeld in het collectieoverleg, de voors en tegens worden afgewogen, de aanvraag voor het authentieke, maar zeer kwetsbare scheepsmodel wordt afgewezen (sorry collega’s!), maar tegen het uitlenen van de overige objecten bestaat geen bezwaar.

Dat is stap één. Vervolgens worden de prenten uit de zuurvrije dozen en ladekasten gehaald. De prenten blijken niet alle in even optimale conditie te verkeren. Onze papierrestaurator kan het niet over zijn professionele hart verkrijgen ze zo maar in te lijsten, dus worden ze eerst gespoeld om het vuil van eeuwen er uit te krijgen. Scheuren worden hersteld, ontbrekende stukken worden aangeheeld en dan pas worden de prenten ingelijst. Dat is stap twee. Intussen is er intern overlegd over de te verzekeren waarden van de bruiklenen, over eventuele aanvullende bruikleenvoorwaarden, wordt er een bruikleenovereenkomst opgesteld, wordt er met de bruikleenaanvrager onderhandeld over de transportfirma die de bruiklenen mag ophalen, worden er afspraken gemaakt om een in bruikleen gevraagde film te laten digitaliseren en moeten de depotbeheerders de bruiklenen verpakken – stappen drie en vier. Het portret van Witte de With is op paneel geschilderd; daarvoor moet door het transportbedrijf een speciale kist worden meegenomen.
Stap vijf is het uiteindelijke ophalen van de bruiklenen en daarna is het aan de collega’s van het Historisch Museum Den Briel om voor de duur van de tentoonstelling goed voor de logees te zorgen.

Ga eens kijken als ze er hangen, “onze jongens”: de tentoonstelling Zeehelden duurt van 22 januari tot en met 9 mei aanstaande. Historisch Museum Den Briel, Markt 1, Brielle.