Posts tonen met het label depot. Alle posts tonen
Posts tonen met het label depot. Alle posts tonen

woensdag 3 maart 2010

Een gewichtige zaak


Collega Wouter Heijveld vroeg zich in zijn blog van 15 december jongstleden af hoeveel het zilveren modelletje van de ‘Katwijk’ woog. Het hoofd Behoud & Beheer houdt zich af en toe ook bezig met maten en gewichten, maar dan op een wat minder verheven niveau. Ooit stilgestaan bij de vraag wat een doos met glasnegatieven weegt? Of een doos met bedrijfsdrukwerk? Een weldenkend mens houdt zich niet zo snel met dergelijke fundamentele kwesties bezig, maar als je een depotruimte moet inrichten moet je rekening houden met de draagcapaciteit van de vloeren. Het kan wel eens handig zijn als je de antwoorden op deze vragen dan paraat hebt.
Het prentendepot van het museum bevindt zich op de vierde verdieping, boven de personeelskantine. Lezers van dit blog weten dat in dat depot nieuwe verrijdbare stellingkasten zijn geplaatst. Wanneer je die kasten gaat inrichten met prenten, foto’s en brochures uit de collectie heb je rekening te houden met de maximum draagcapaciteit van de vloeren. Proefondervindelijk is vastgesteld dat een doos glasnegatieven ongeveer 2½ kilo weegt en een doos bedrijfsdrukwerk – menukaarten, folders, reisbrochures en wat dies meer zij – ongeveer 5 kilo. In één stellingkast gaan 7 x 20 x 4 = 560 dozen glasnegatieven. Dat is 1400 kilo glaswerk, schoon aan de haak. In een stellingkast van dezelfde grootte gaan 7 x 8 x 4 = 224 dozen bedrijfsdrukwerk. Bij een gemiddeld gewicht van 5½ kilo per doos is dat maar liefst 1232 kilo bedrukt papier. Als dat totaalgewicht – vermeerderd met het eigen gewicht van de stalen kasten – boven de maximum vloerbelasting uitkomt, kan dat op termijn vervelende gevolgen hebben. De kans dat de collectie door de vloer heen zakt en de lunchende collega’s onder haar gewicht verplettert is weliswaar niet zo groot, maar het is wel zaak zoveel mogelijk binnen de normen te blijven die bij de bouw zijn gehanteerd. Gelukkig wordt het gewicht van de kasten over een voldoende groot oppervlak verspreid en kan het gebouw wel een stootje hebben. Collega’s aan de lunch hoeven er niet over in te zitten dat elke volgende hap hun laatste zou kunnen zijn…

woensdag 6 januari 2010

Traditie


Van oudsher wordt bij de bouw van een schip een muntstuk onder de voet van de grote mast gelegd. Volgens de traditie moet de munt bij voorkeur stammen uit het bouwjaar van het schip en moet de waarde de rijkdom van de eigenaar weerspiegelen. Bij wrakvondsten kan dit gebruik een aardig hulpmiddel zijn voor de datering van het gevonden schip.
Deze traditie schoot me te binnen bij het verplaatsen van enkele ladekasten in het prentendepot, vooruitlopend op de installatie van de nieuwe stellingen. Onder de kast met antieke atlassen kwam een dubbeltje tevoorschijn, een tien centstuk uit het guldentijdperk en inmiddels ook alweer jaren niet meer in circulatie.
Het dubbeltje dateert uit 1965 en is waarschijnlijk een keer per ongeluk onder de kast geschoven. Als hulpmiddel bij de datering van het museumgebouw kan het in ieder geval geen rol spelen: in 1965 was er nog geen sprake van dat het Maritiem Museum ooit op de hoek van de Leuvehaven zou worden gevestigd. Al met al een bescheiden schatvondst, die niet direct aanleiding geeft om alle kasten in het depot van hun plaats te halen, in de hoop op verborgen kapitaal. Zoals we eigenlijk al lang weten, zit het echte kapitaal in de kasten: de objecten die getuigen van de rijke maritieme geschiedenis van Nederland.

Kastendans (2)



Half december konden we de kilootjes van het kerstdiner preventief wegwerken bij het transport van stellingkasten naar het museum. Dankzij een genereus aanbod van het Nederlands Fotomuseum kon het Maritiem een aantal overcomplete verrijdbare stellingkasten overnemen voor de herinrichting van het prentendepot. De enige voorwaarde was, dat we ze zelf moesten demonteren en moesten komen ophalen in de kelder van het vroegere gebouw van het Fotomuseum in de Witte de Withstraat. Een omgeving die met zijn vele gangen en gangetjes, een overmaat aan leidingen, donkere hoeken, gekoelde kluizen en vergeten plekjes heel goed zou kunnen dienen als decor voor een Engelse politieserie of Flikken Rotterdam. Alleen het lijk ontbrak nog.
Een van onze medewerkers heeft zich met zijn gereedschapskist opgesloten in de kelders van het Fotomuseum. Hij heeft zich daar helemaal uitgeleefd. Het resultaat: zeventien verrijdbare onderstellen van 2 bij 0,8 meter, tien rolcontainers vol met staanders, kruisschoren, planken en plankdragers en een krat met losse bouten en moeren. Bij elkaar een vrachtwagen vol.
Inmiddels is alles overgebracht naar de Leuvehaven en wordt er hard gewerkt aan de montage van de stellingen. Het speciale vloertje is al gelegd en de eerste stellingen zijn inmiddels gemonteerd. Als alles klaar is, kunnen de stellingen worden ingericht. Hopelijk zijn we dan – voorlopig – van het nijpende ruimteprobleem in het prentendepot verlost.

woensdag 2 december 2009

Kastendans



Hoe richt je een depot opnieuw in? Wanneer je met een lege ruimte begint is het gemakkelijk: je maakt een plattegrond, kijkt of alles er in past en laat de kasten en stellingen vervolgens op hun plaats zetten. Dat hoef je als afdelingshoofd gelukkig niet zelf te doen. Het is een ander verhaal als de ruimte al vol staat, zoals bij het prentendepot. Hier zijn alle tekeningen, prenten, kaarten, atlassen en foto’s opgeborgen. Al die kostbaarheden zitten in zware stalen ladenkasten en de laatste jaren was het zelfs noodzakelijk om ook prentendozen boven op de kasten te stapelen.
Om in dat depot nieuwe ruimte te scheppen moet de bestaande indeling worden “ingedikt”. Alle ladenblokken moeten wat dichter op elkaar worden gezet, de gangpaden moeten nauwer worden gemaakt, kortom: een complete stoelendans (of liever: kastendans). Alles moet van zijn plaats om ruimte te maken voor een aantal verrijdbare stellingkasten. De afgelopen weken is er driftig gesjouwd met dozen, mappen en met kasten. De helft van de vloer is nu leeg en wacht op de nieuwe stellingen. Wordt vervolgd.

donderdag 12 november 2009

Technisch weer

“Technisch weer” is de inside term voor de noodzaak tot het verrichten van werkzaamheden buiten de deur. Volgens de cynici onder ons valt die noodzaak toevallig altijd samen met aangename weersomstandigheden, vandaar de uitdrukking. Vorige week was een week met veel technisch weer. Dinsdagmorgen zat ik – met druilerig weer overigens – in de inspirerende omgeving van een industrieterrein in een buitenwijk van Rotterdam, waar het Maritiem Museum een deel van zijn collectie heeft opgeslagen in een buitendepot. Naast de winkeldochters (die elk museum wel in zijn collectie heeft) is in dat depot sinds vorige jaar het grootste deel van de collectie scheepsbouwkundige tekeningen opgeslagen. Niet alle leden van het managementteam (MT) van het museum hadden de situatie sindsdien met eigen ogen gezien en ik mocht ze rondleiden.
Het verplaatsen van de scheepsbouwkundige tekeningen van het museumgebouw naar het buitendepot was de eerste fase in een grootscheepse herinrichting van het depot. Hoe meer je als museum verzamelt, hoe moeilijker het wordt om je collectie in het depot op te bergen. Herinrichting van de beschikbare ruimte is dan noodzakelijk. Aan zo’n herinrichting gaat veel reken- en tekenwerk vooraf, maar als het dan uiteindelijk allemaal blijkt te kloppen en binnen het budget valt, kun je tevreden zijn. Het MT was dat gelukkig ook.

Een doos vol spullen.


“Een doos vol spullen.” Zo noemde een oud-conservator van het Maritiem Museum Rotterdam de museumcollectie wel eens. En er zijn nogal wat spullen in het museum: meer dan vijfhonderdvijftig duizend objecten telt de museumcollectie. Kleine, soms onooglijke voorwerpen, zoals luciferdoosjes met reclame-opdruk van scheepvaartmaatschappijen. Grote tot zeer grote, zoals het museumschip ‘Buffel’. Voorwerpen die je nog niet eens cadeau zou willen krijgen, maar ook schilderijen en kaarten waarbij je voor de aankoopprijs ook een leuke middenklasser had kunnen rijden.
Voor al die voorwerpen moet worden gezorgd en dat is de taak van de afdeling Behoud & Beheer. Registratiemedewerkers, restauratoren en depotbeheerders doen hun best om de museumstukken in goede staat te brengen en te houden, ze te restaureren als dat nodig is en ze op een verantwoorde wijze op te bergen in het depot. Nuttig en noodzakelijk werk, maar niet bepaald sexy. Je merkt er pas wat van als het niet zou zijn gedaan. Als een bepaald voorwerp niet zou kunnen worden tentoongesteld of in bruikleen zou kunnen worden gegeven omdat het niet gerestaureerd is, of niet is terug te vinden in het depot. Werk dat je niet van de overkant van de straat af kunt zien, maar dat van vitaal belang is als je als museum je collectie voor komende generaties wilt bewaren. En dat ook een bron van inspiratie kan zijn voor een blog.