zondag 19 februari 2012

Bulbstevens


Een van de leukste scènes in de winterse rampenfilm The day after tomorrow – afgelopen maand weer op tv – is toch altijd weer het moment waarop een op drift geraakt Russisch vrachtschip door de ondergelopen straten van New York drijft en op Fifth Avenue ter hoogte van de Public Library met zijn enorme bulbsteven een stadsbus verplettert.
Deze keer keken mijn jongste zoon Maarten en ik met meer dan gewone belangstelling naar dit staaltje van “destructieve creativiteit”. Bulbstevens en de vaartechnische eigenschappen daarvan waren namelijk het onderwerp van het profielwerkstuk, dat Maarten in zes gymnasium heeft gemaakt. Bij zo’n profielwerkstuk is het de bedoeling dat je zelf een onderzoek opzet, onderzoeksvragen formuleert, die in de praktijk beproeft en daaruit je conclusies trekt. Voor het praktijkgedeelte kon hij terecht bij de faculteit Werktuigbouwkunde, Maritieme Techniek & Technische Materiaalwetenschappen van de TU Delft (zie ook het blog van 11 februari 2011). Begeleid door medewerkers en studenten van de opleiding Maritieme Techniek kon Maarten de via literatuurstudie opgedane theoretische kennis en door hem opgestelde onderzoeksvragen toetsen aan de praktijk. Dagenlang had hij thuis zitten schuren om drie bulben – of bulbs, net wat u wilt – van verschillende grootte te maken. Die werden vervolgens met behulp van satéprikkers en (uiteraard!) duct tape bevestigd aan een model van de Italiaanse sleepboot ’Tito Neri’ en in de kleine sleeptank van de faculteit getest.



Het resultaat? Een lijvig werkstuk met ingewikkelde berekeningen, foto’s waarvan wijlen Sigmund Freud het zijne zou denken en de vrijwel onvermijdelijke conclusie dat verder onderzoek nodig is om de geformuleerde hypotheses nader te toetsen. Precies zoals het in de “echte" wetenschap ook gaat. Maar het mooiste vond Maarten toch, dat hij bij de faculteit regelmatig werd aangezien voor een master-student. Niet gek, voor een zeventienjarige…

donderdag 2 februari 2012

Job rotation


Je werkt al jaren met een overzichtelijk aantal collega’s in één organisatie, je kent hun (on)hebbelijkheden, je weet wanneer ze jarig zijn, hoe hun kinderen heten en welke muziek ze mooi vinden, maar wat ze nu precies in het museum doen is soms verre van duidelijk. Om meer begrip voor elkaar en elkaars doen en laten te kweken, is het Maritiem Museum momenteel bezig met job rotation. Elke medewerker loopt een halve dag mee met een collega op een andere afdeling en krijgt op die manier een kijkje in de keuken. Yours truly heeft gisteren in dat kader meegelopen met Renz, de goedlachse elektrotechnicus van de technische dienst – een mannenbolwerk op de tweede verdieping, dat een onmisbare rol vervult in het bouwen van de tentoonstellingen en het draaiend houden van de installaties in het gebouw.

Dat was een afwisselend dagje. De voorbereidingen voor de tentoonstelling ‘Nederlanders op de Titanic’ zijn in volle gang, en de handen konden gelijk uit de mouwen worden gestoken. Op de tentoonstelling moet via een discreet weggewerkte geluidsinstallatie een stemmig achtergrondmuziekje klinken en ik mocht helpen met het maken van de bekabeling voor de versterker, de boxen en de sensor die het geheel moet triggeren als bezoekers de zaal binnenlopen. Lekker prutsen aan kabels en stekkers, met als verrassende uitkomst dat ik iets aan de praat kreeg op een manier die volgens Renz helemaal niet zou moeten kunnen. “Resultaatgericht” heet dat in managementtermen. ’s Middags na de schaft (zo heet dat bij de TD, op andere dagen eet ik brood) met Renz op inspectieronde door het gebouw, lampen vervangen in een beamer, controle van de klimaatinstallaties, even langs de Buffel en een duik in diverse hoeken en gaten van het pand waar ik nog nooit was geweest. Het wenteltrapje op de foto had ik althans nog nooit eerder gezien.

Al met al een leerzame dag met veel lopen, veel telefoontjes van vertegenwoordigers, veel medewerkers van externe bedrijven die iets technisch komen doen, veel dingen die niet op de planning staan maar toch ook nodig moeten en dus tussendoor moeten worden gedaan – en veel nieuwe roddels. Ik kan het iedereen aanbevelen: je begrijpt beter waarom je soms eens even op je beurt moet wachten als je iets gedaan moet krijgen. Dat inzicht is niet iedereen gegeven…

maandag 16 januari 2012

Titanic revisited?


Ze zeggen altijd dat historische gebeurtenissen zich nooit op dezelfde wijze herhalen, maar de eerste keer als tragedie plaatsvinden en de tweede keer als klucht.
Zes doden (stand van zaken van vandaag) en nog meer vermisten is uiteraard beslist niet iets om je vrolijk over te maken. Toch is het kapseizen van de ‘Costa Concordia’ op vrijdag 13 januari – zo’n datum verzin je niet – met alle naar buiten komende verhalen over de menselijke fouten en de gebrekkige ontscheping van de opvarenden, wel een erg bizarre opmaat voor de herdenking van de ramp met de ‘Titanic’, dit jaar precies honderd jaar geleden.
Dit trieste jubileum zal de komende maanden uitgebreid worden herdacht. Iedereen wil “iets” met de ‘Titanic’, Leonardo di Caprio en Kate Winslet maken hun come back in 3-D, tastbare overblijfselen worden op veilingen verkocht voor prijzen die hoger zijn dan het wrak diep ligt en het reizende Titanic-circus doet dit jaar nog betere zaken dan anders.

En het Maritiem Museum?
Het Maritiem Museum doet ook mee met de ‘Titanic’-hausse, met een even onverwachte als intrigerende invalshoek. De reizende Titanic-tentoonstelling inhuren of Titanic-objecten verzamelen zit er niet in – veel te duur! – maar in de komende tentoonstelling “Nederlanders op de TItanic” wordt aandacht besteed aan een voetnoot in de Titanic-geschiedenis: de lotgevallen van de Nederlandse opvarenden. Het waren er drie, de deftige jonkheer George Reuchlin, de kok Hendrik Bolhuis en de stoker Wessel van der Brugge. Reuchlin, directeur van de Holland-Amerika Lijn, verving zijn mededirecteur Jan Volkert Wierdsma als genodigde op de eerste reis van de ‘Titanic’. Een buitenkansje, dat uitdraaide op een typisch geval van “heb ík weer”. Voor Bolhuis en Van der Brugge was het geen pleziertocht, maar hard werken. De maatschappelijke verschillen ten spijt, ondergingen alle drie opvarenden van het schip hetzelfde lot.
Een voetnoot in de geschiedenis, maar wel één die bij het onderzoek voor de tentoonstelling toch nog onverwachte vondsten opleverde. Welke dat zijn, ziet u vanaf 11 februari aanstaande op de tentoonstelling “Nederlanders op de Titanic.” En ter geruststelling: als bezoeker houdt u wél droge voeten.

"Nederlanders op de Titanic": vanaf 11 februari a.s. in het Maritiem Museum Rotterdam

donderdag 22 december 2011

Een stichtelijk woord


Geen kersttoespraak à la Beatrix, maar toch een stichtelijk woord van yours truly. Mijn zus zei vroeger altijd al dat ik dominee zou worden en misschien heb ik mijn roeping inderdaad wel gemist. Misschien ook niet; God only knows – en misschien zelfs Hij niet.
Goed: een stichtelijk woord. In een periode dat alle zekerheden op losse schroeven dreigen te staan, word je weer eens extra bewust van je eigen positie. Een collega van mij zei enkele jaren geleden eens in een interview dat hij zich een bevoorrecht mens voelde, omdat hij in een museum werkte waar hij als kleine jongen al zo vaak met plezier kwam. Dat klinkt een cynicus misschien als mooipraterij in de oren, maar ik kan me wel voorstellen wat hij bedoelde. We hebben een werkkring die in het verlengde ligt van onze interesse voor “het maritieme” en “het Rotterdamse”. We kunnen onze interesses uitleven in ons werk, onze kennis verder uitbreiden en die met andere belangstellenden in binnen- en buitenland delen. Alsof de Wereldhavendagen 365 dagen per jaar duren!
Door wat ik “de alledaagse waanzin” pleeg te noemen, verlies je wel eens uit het oog waar het allemaal ook alweer om gaat. Als er zwaar weer op til is, is het goed om weer eens te beseffen waarom je überhaupt voor dit vak hebt gekozen en daar moed uit te putten voor de toekomst. We laten ons niet uit het lood slaan en gaan ook in het komende jaar met frisse moed door met ons werk.

2012 wordt een fantastisch jaar!

dinsdag 20 december 2011

Afscheid van Bas


Bezoekers en medewerkers van het Maritiem Museum weten niet beter dan dat er een échte boekhandel in het museum is gevestigd: de Rotterdamse Scheepvaartboekhandel. Sinds de opening van het gebouw aan de Leuvehaven bestiert Bas van der Zwan zijn zaak, direct links van de ingang. De etalages van zijn winkel zijn al die jaren voor veel passanten de eerste kennismaking met het museum geweest. Ook voor mij.
Het staat yours truly nog levendig voor ogen: de eerste keer dat ik – toen nog als bezoeker – zijn winkel bezocht. Bas stond achter zijn balie, als een kapitein op de brug van zijn schip, een geanimeerd telefoongesprek te voeren met een klant. Met stijgende verbazing hoorde ik de eenzijdige conversatie aan. “U moet eigenlijk helemaal niet aan de telefoon blijven hangen!” riep Bas door de hoorn. “U moet eigenlijk hier naar toe komen! Want híer gebeurt het!” Ik kon me niet voorstellen dat er op dat ogenblik überhaupt iets gebeurde. Het was rustig in de winkel; behalve ik was er nog één andere geïnteresseerde aan het snuffelen.
Het inzicht kwam pas later, toen ik Bas wat beter leerde kennen – en daarmee ook een stukje van mezelf. Want het gebeurt inderdaad niet aan de telefoon. De vonk springt pas over als je in de winkel met je ogen langs de schappen dwaalt en daar opeens Dat Ene Boek tegenkomt. Dat boek, waarvan je van het bestaan niet eens afwist, maar waarvan je nu opeens beseft dat je het altijd al had willen hebben. En Bas – niet alleen als de geboren verkoper die hij is, maar zeker ook als de geboren liefhebber – was nooit te beroerd om je te wijzen op een nieuw verschenen boek over een maritiem onderwerp, of om je te vertellen dat hij nu die ene titel heeft gevonden waarnaar je enkele jaren geleden had gevraagd. Want hij onthoudt dat inderdaad.
Maar Bas gaat nu weg, “het wat rustiger aandoen” – hoewel je je dat bij hem moeilijk kunt voorstellen. En dat is ook niet nodig: hij gaat door als internetboekhandel met een kleinere vestiging elders in de stad. Want je klanten moet je zien, niet alleen maar per telefoon of mail spreken. Want in de winkel gebeurt het!


Bas – en niet te vergeten de Bootsman, met zijn talrijke bespiegelingen over wat er allemaal verkeerd gaat in de wereld – houden nog tot en met 8 januari aanstaande winkel in het museum. Zeg ze nog even gedag als u langsloopt, of beter nog: loop nog eens even bij ze binnen en snuffel in de voorraad. Dat ene boek dat u beslist moet hebben, staat er zeker bij.

maandag 12 december 2011

Het Maritiem: dat is ook ons museum


Er zijn voor een museum plezieriger manieren om in het nieuws te komen dan het afgelopen weekend bij het Maritiem Museum het geval was. De plannen met de ‘Buffel’ hebben de nodige tongen losgemaakt en de stroom van reacties op dit voornemen zal waarschijnlijk in de loop van deze week pas goed op gang komen.
Het lot van de ‘Buffel’ is echter slechts één onderdeel van een heel pakket aan maatregelen die bedoeld zijn om het museum door de onafwendbare bezuinigingen heen te loodsen. Het museum gaat zwaar weer tegemoet en – om het bekende cliché maar weer eens aan te halen – het is nu “alle hens aan dek.” Uiteraard worden we aangesproken op dingen die de pers halen, of dat nu een succesvolle tentoonstelling is of – zoals nu – een minder positief bericht. Wat wij daar als individuele medewerkers van vinden is daarbij onze zaak. Waar het nu om gaat, is dat we met z’n allen de schouders er onder zetten om te zorgen dat het museum na honderdzevenendertig, soms turbulente jaren ook de komende periode goed doorstaat.

Om de meest recente publiekscampagne aan te halen: Het Maritiem: dat is ook ons museum!

donderdag 24 november 2011

De verloren zoon


Al jaren koester ik een stille liefde voor de collectie tekeningen en prenten van het museum. Zoveel moois en toch zo zelden voor bezoekers te zien. De kwetsbare bladen zijn opgeborgen in dozen en ladekasten, zodat ze niet blootgesteld worden aan daglicht. Daardoor heb je vaak geen idee waar je precies moet zoeken als je een afbeelding hebt van een tekening of prent, die geen enkel aanknopingspunt biedt met een beschrijving in de collectieregistratie.
Zo’n geval lag al zeker een jaar op de hoek van mijn bureau, in de vorm van een kleurenprintje van een aquarel uit onze collectie. En wat voor een! Een niet geïdentificeerd Hollands handelsschip in de Baai van Nagasaki, met twee Japanse scheepjes in de baai en op de voorgrond de daken van de gebouwen op het eilandje Deshima. Een prachtige aquarel waarvan de maker niet bekend is, maar die op grond van de overeenkomsten in stijl en onderwerp kan worden toegeschreven aan de Japanse kunstenaar Kawahara Keiga.
En daar begon het probleem. Onder die naam staan zeven aquarellen in de collectie geregistreerd, maar geen enkele die matchte met de tekening die ik zocht. Ook zoeken op trefwoorden als “Nagasaki” of “Deshima” leverden niets op. Het hele prentendepot doorzoeken naar zo’n tekening heeft dan geen zin; even laten liggen en hopen op het toeval en een forse dosis geluk is dan het parool.
Het was het wachten waard: gistermiddag kwam afdelingshoofd Ben met een tekening aanzetten, die niet overeenkwam met de beschrijving en het plaatje in de collectieregistratie. Of ik dat kon corrigeren en aanvullen. En jawel: het was de betreffende aquarel. Mét inventarisnummer. Nu konden we kijken wanneer de aquarel was verworven en van wie. Het blad blijkt in 1925 te zijn aangekocht en stond in het jaarverslag vermeld als een “Japansche teekening in kleuren van een Hollandsche bark, liggende op een Japansche Reede”. Daarvan was in de collectieregistratie de beschrijving gemaakt: “Een Nederlands koopvaardijschip (fregat?) ten anker.” Een kunstenaarsnaam was niet vermeld.
Met zo’n beschrijving kun je alle kanten op; geen wonder dat systematisch zoeken weinig opleverde. Dankzij het toeval kwam de tekening dan toch tevoorschijn en was het ook mogelijk om haar toe te schrijven aan een kunstenaar. We blijken dus niet zeven werken van Keiga te hebben, maar acht.
Soms is het leven zó mooi…