donderdag 22 december 2011

Een stichtelijk woord


Geen kersttoespraak à la Beatrix, maar toch een stichtelijk woord van yours truly. Mijn zus zei vroeger altijd al dat ik dominee zou worden en misschien heb ik mijn roeping inderdaad wel gemist. Misschien ook niet; God only knows – en misschien zelfs Hij niet.
Goed: een stichtelijk woord. In een periode dat alle zekerheden op losse schroeven dreigen te staan, word je weer eens extra bewust van je eigen positie. Een collega van mij zei enkele jaren geleden eens in een interview dat hij zich een bevoorrecht mens voelde, omdat hij in een museum werkte waar hij als kleine jongen al zo vaak met plezier kwam. Dat klinkt een cynicus misschien als mooipraterij in de oren, maar ik kan me wel voorstellen wat hij bedoelde. We hebben een werkkring die in het verlengde ligt van onze interesse voor “het maritieme” en “het Rotterdamse”. We kunnen onze interesses uitleven in ons werk, onze kennis verder uitbreiden en die met andere belangstellenden in binnen- en buitenland delen. Alsof de Wereldhavendagen 365 dagen per jaar duren!
Door wat ik “de alledaagse waanzin” pleeg te noemen, verlies je wel eens uit het oog waar het allemaal ook alweer om gaat. Als er zwaar weer op til is, is het goed om weer eens te beseffen waarom je überhaupt voor dit vak hebt gekozen en daar moed uit te putten voor de toekomst. We laten ons niet uit het lood slaan en gaan ook in het komende jaar met frisse moed door met ons werk.

2012 wordt een fantastisch jaar!

dinsdag 20 december 2011

Afscheid van Bas


Bezoekers en medewerkers van het Maritiem Museum weten niet beter dan dat er een échte boekhandel in het museum is gevestigd: de Rotterdamse Scheepvaartboekhandel. Sinds de opening van het gebouw aan de Leuvehaven bestiert Bas van der Zwan zijn zaak, direct links van de ingang. De etalages van zijn winkel zijn al die jaren voor veel passanten de eerste kennismaking met het museum geweest. Ook voor mij.
Het staat yours truly nog levendig voor ogen: de eerste keer dat ik – toen nog als bezoeker – zijn winkel bezocht. Bas stond achter zijn balie, als een kapitein op de brug van zijn schip, een geanimeerd telefoongesprek te voeren met een klant. Met stijgende verbazing hoorde ik de eenzijdige conversatie aan. “U moet eigenlijk helemaal niet aan de telefoon blijven hangen!” riep Bas door de hoorn. “U moet eigenlijk hier naar toe komen! Want híer gebeurt het!” Ik kon me niet voorstellen dat er op dat ogenblik überhaupt iets gebeurde. Het was rustig in de winkel; behalve ik was er nog één andere geïnteresseerde aan het snuffelen.
Het inzicht kwam pas later, toen ik Bas wat beter leerde kennen – en daarmee ook een stukje van mezelf. Want het gebeurt inderdaad niet aan de telefoon. De vonk springt pas over als je in de winkel met je ogen langs de schappen dwaalt en daar opeens Dat Ene Boek tegenkomt. Dat boek, waarvan je van het bestaan niet eens afwist, maar waarvan je nu opeens beseft dat je het altijd al had willen hebben. En Bas – niet alleen als de geboren verkoper die hij is, maar zeker ook als de geboren liefhebber – was nooit te beroerd om je te wijzen op een nieuw verschenen boek over een maritiem onderwerp, of om je te vertellen dat hij nu die ene titel heeft gevonden waarnaar je enkele jaren geleden had gevraagd. Want hij onthoudt dat inderdaad.
Maar Bas gaat nu weg, “het wat rustiger aandoen” – hoewel je je dat bij hem moeilijk kunt voorstellen. En dat is ook niet nodig: hij gaat door als internetboekhandel met een kleinere vestiging elders in de stad. Want je klanten moet je zien, niet alleen maar per telefoon of mail spreken. Want in de winkel gebeurt het!


Bas – en niet te vergeten de Bootsman, met zijn talrijke bespiegelingen over wat er allemaal verkeerd gaat in de wereld – houden nog tot en met 8 januari aanstaande winkel in het museum. Zeg ze nog even gedag als u langsloopt, of beter nog: loop nog eens even bij ze binnen en snuffel in de voorraad. Dat ene boek dat u beslist moet hebben, staat er zeker bij.

maandag 12 december 2011

Het Maritiem: dat is ook ons museum


Er zijn voor een museum plezieriger manieren om in het nieuws te komen dan het afgelopen weekend bij het Maritiem Museum het geval was. De plannen met de ‘Buffel’ hebben de nodige tongen losgemaakt en de stroom van reacties op dit voornemen zal waarschijnlijk in de loop van deze week pas goed op gang komen.
Het lot van de ‘Buffel’ is echter slechts één onderdeel van een heel pakket aan maatregelen die bedoeld zijn om het museum door de onafwendbare bezuinigingen heen te loodsen. Het museum gaat zwaar weer tegemoet en – om het bekende cliché maar weer eens aan te halen – het is nu “alle hens aan dek.” Uiteraard worden we aangesproken op dingen die de pers halen, of dat nu een succesvolle tentoonstelling is of – zoals nu – een minder positief bericht. Wat wij daar als individuele medewerkers van vinden is daarbij onze zaak. Waar het nu om gaat, is dat we met z’n allen de schouders er onder zetten om te zorgen dat het museum na honderdzevenendertig, soms turbulente jaren ook de komende periode goed doorstaat.

Om de meest recente publiekscampagne aan te halen: Het Maritiem: dat is ook ons museum!

donderdag 24 november 2011

De verloren zoon


Al jaren koester ik een stille liefde voor de collectie tekeningen en prenten van het museum. Zoveel moois en toch zo zelden voor bezoekers te zien. De kwetsbare bladen zijn opgeborgen in dozen en ladekasten, zodat ze niet blootgesteld worden aan daglicht. Daardoor heb je vaak geen idee waar je precies moet zoeken als je een afbeelding hebt van een tekening of prent, die geen enkel aanknopingspunt biedt met een beschrijving in de collectieregistratie.
Zo’n geval lag al zeker een jaar op de hoek van mijn bureau, in de vorm van een kleurenprintje van een aquarel uit onze collectie. En wat voor een! Een niet geïdentificeerd Hollands handelsschip in de Baai van Nagasaki, met twee Japanse scheepjes in de baai en op de voorgrond de daken van de gebouwen op het eilandje Deshima. Een prachtige aquarel waarvan de maker niet bekend is, maar die op grond van de overeenkomsten in stijl en onderwerp kan worden toegeschreven aan de Japanse kunstenaar Kawahara Keiga.
En daar begon het probleem. Onder die naam staan zeven aquarellen in de collectie geregistreerd, maar geen enkele die matchte met de tekening die ik zocht. Ook zoeken op trefwoorden als “Nagasaki” of “Deshima” leverden niets op. Het hele prentendepot doorzoeken naar zo’n tekening heeft dan geen zin; even laten liggen en hopen op het toeval en een forse dosis geluk is dan het parool.
Het was het wachten waard: gistermiddag kwam afdelingshoofd Ben met een tekening aanzetten, die niet overeenkwam met de beschrijving en het plaatje in de collectieregistratie. Of ik dat kon corrigeren en aanvullen. En jawel: het was de betreffende aquarel. Mét inventarisnummer. Nu konden we kijken wanneer de aquarel was verworven en van wie. Het blad blijkt in 1925 te zijn aangekocht en stond in het jaarverslag vermeld als een “Japansche teekening in kleuren van een Hollandsche bark, liggende op een Japansche Reede”. Daarvan was in de collectieregistratie de beschrijving gemaakt: “Een Nederlands koopvaardijschip (fregat?) ten anker.” Een kunstenaarsnaam was niet vermeld.
Met zo’n beschrijving kun je alle kanten op; geen wonder dat systematisch zoeken weinig opleverde. Dankzij het toeval kwam de tekening dan toch tevoorschijn en was het ook mogelijk om haar toe te schrijven aan een kunstenaar. We blijken dus niet zeven werken van Keiga te hebben, maar acht.
Soms is het leven zó mooi…

woensdag 23 november 2011

Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein zijn naam is klein…


Als je bezoekers vraagt naar het grootste object uit de collectie is de kans groot dat ze met het juiste antwoord komen: de ‘Buffel’. Als je daarentegen vraagt wat het kleinste object uit de collectie is, moeten ze het antwoord schuldig blijven. Ze weten het niet. En eerlijk gezegd wist ik het zelf ook niet.
Althans: ik dácht het te weten. Bij rondleidingen voor bezoekers door het depot begin ik vaak met de tegenstelling "groot museumobject – klein museumobject". Ik vertel dan dat het Maritiem circa 600.000 objecten in de collectie heeft, variërend van de ‘Buffel’ tot luciferdoosjes met reclameopdruk van rederijen.

I was wrong. Deze week kwam ik de onbetwistbaar kleinste objecten uit de collectie tegen, in ieder geval uit de collectie tekeningen en prenten: inventarisnummers P111-2 en P111-7, twee gegraveerde portretten van onze nationale zeeheld Piet Hein, van nog geen 2 bij 1,5 centimeter groot. Met recht miniatuurtjes, die je voorzichtig moet behandelen als je ze tegenkomt bij het doornemen van de prentendozen. Eén zuchtje wind en ze liggen onder de ladekasten!

dinsdag 8 november 2011

Zilveren jubileum


In de personeelskantine van het Maritiem Museum hangt al sinds jaar en dag een klok aan de muur. Onder de wijzerplaat is een messing bordje bevestigd met de naam van de schenker – ons “huistransportbedrijf” “Condor” – en de datum 5 november 1986. Inderdaad, jongstleden zaterdag precies vijfentwintig jaar geleden. Op 6 november 1986 – dus eigenlijk een dag later dan het bordje aangeeft – vond de feestelijke opening plaats van het Maritiem Museum (toen nog) “Prins Hendrik“ in het nieuwe gebouw aan de Leuvehaven. Het oude gebouw aan het Burgemeester s’Jacobplein was enkele jaren tevoren gesloopt en de kantoren en collecties van het museum verbleef sindsdien in een tijdelijk onderkomen aan de Scheepmakershaven, niet toegankelijk voor bezoekers. Dat is natuurlijk de dood in de pot, want wat is een museum zonder bezoekers? De opening van het nieuwe museum betekende weer een hernieuwde wederzijdse kennismaking en een nieuwe periode van activiteiten. Vijfentwintig jaar en ruim 3,3 miljoen bezoekers later dus genoeg reden voor een feestje.

Meer dan 1300 bezoekers kwamen jongstleden zondag naar de speciale jubileumdag om zich door een professionele fotograaf op de foto te laten zetten en zich te laten interviewen door de directie. Want het museum wilde graag van de bezoekers horen wat ze nu wel de leukste expositie van de afgelopen 25 jaar hadden gevonden, welk plekje in het museum ze het mooiste vonden en wat hun favoriete museumobject was. Wij zijn benieuwd naar de resultaten!


Zie de reportage van TV Rijnmond op http://www.rijnmond.nl/Homepage/Nieuws?view=/News%2FDefault%2F2011%2Fnovember%2FMaritiem%20Museum%2025%20jaar%20bij%20Leuvehaven
en het speciale jubileumfilmpje op Youtube:

woensdag 2 november 2011

MASsale belangstelling


Niet alleen onze Amsterdamse collega’s kunnen inmiddels prat gaan op stevige bezoekersaantallen in hun vernieuwde museum, onze zuiderburen in Antwerpen kunnen er ook wat van. Sinds jongstleden mei het Museum aan de Stroom – kortweg het MAS – is geopend, wordt ook de Scheldestad overstroomd met belangstellenden die dat nieuwe museum wel eens met eigen ogen willen zien. Zestig meter hoog, opgetrokken uit dieprode natuursteen (versierd met drieduizend zilverkleurige aluminium handjes) is deze niet zo voor de hand liggende combinatie van een etnografisch museum, het vroegere Scheepvaartmuseum, het voormalige Volkskundemuseum en Museum Vleeshuis, een waar landmark voor het noordelijk deel van de stad.
Afgelopen week zijn de medewerkers van de sector Collecties een kijkje gaan nemen. Uiteraard ging de meeste belangstelling uit naar de verdieping waar de maritieme collectie van het vroegere Scheepvaartmuseum was tentoongesteld. Het principe less is more ging bepaald niet op voor de wijze van exposeren, die in sommige opzichten sterk deed denken aan wat we in het Maritiem Museum Rotterdam ook hebben gedaan. Overdonderend was het wel, mede door het voortdurende gepiep van sensors die geactiveerd werden als bezoekers te dicht bij de (niet afgeschermde!) scheepsmodellen kwamen. We kregen medelijden met de suppoosten – die daar “Erfgoedwachten” worden genoemd…

Het gebouw is overigens een belevenis op zich, met het over alle verdiepingen doorlopende uitzicht op de omgeving en bekroond met een dakterras met een prachtig uitzicht over de stad en de haven.
’s Middags kregen we een speciale rondleiding door een van de museumdepots in het zestiende-eeuwse Hessenhuis, waar etnografische en maritieme voorwerpen collegiaal naast elkaar staan. Ontzettend leuk en heel inspirerend, om bij collega’s een kijkje achter de schermen te mogen nemen. En toen we in het depot nog een echt Hazenbergmodel tegenkwamen, gemaakt door een van de meest vooraanstaande modelbouwers die “ons” Maritiem Museum Rotterdam in zijn bestaan heeft gekend, waren we helemaal gelukkig.


“Het MAS. Dat moet je gezien hebben” Dat is de slogan van het museum en het is niet overdreven. Het MAS is gevestigd aan de Hanzestedenplaats 1 te Antwerpen. Zie www.mas.be.