dinsdag 8 november 2011

Zilveren jubileum


In de personeelskantine van het Maritiem Museum hangt al sinds jaar en dag een klok aan de muur. Onder de wijzerplaat is een messing bordje bevestigd met de naam van de schenker – ons “huistransportbedrijf” “Condor” – en de datum 5 november 1986. Inderdaad, jongstleden zaterdag precies vijfentwintig jaar geleden. Op 6 november 1986 – dus eigenlijk een dag later dan het bordje aangeeft – vond de feestelijke opening plaats van het Maritiem Museum (toen nog) “Prins Hendrik“ in het nieuwe gebouw aan de Leuvehaven. Het oude gebouw aan het Burgemeester s’Jacobplein was enkele jaren tevoren gesloopt en de kantoren en collecties van het museum verbleef sindsdien in een tijdelijk onderkomen aan de Scheepmakershaven, niet toegankelijk voor bezoekers. Dat is natuurlijk de dood in de pot, want wat is een museum zonder bezoekers? De opening van het nieuwe museum betekende weer een hernieuwde wederzijdse kennismaking en een nieuwe periode van activiteiten. Vijfentwintig jaar en ruim 3,3 miljoen bezoekers later dus genoeg reden voor een feestje.

Meer dan 1300 bezoekers kwamen jongstleden zondag naar de speciale jubileumdag om zich door een professionele fotograaf op de foto te laten zetten en zich te laten interviewen door de directie. Want het museum wilde graag van de bezoekers horen wat ze nu wel de leukste expositie van de afgelopen 25 jaar hadden gevonden, welk plekje in het museum ze het mooiste vonden en wat hun favoriete museumobject was. Wij zijn benieuwd naar de resultaten!


Zie de reportage van TV Rijnmond op http://www.rijnmond.nl/Homepage/Nieuws?view=/News%2FDefault%2F2011%2Fnovember%2FMaritiem%20Museum%2025%20jaar%20bij%20Leuvehaven
en het speciale jubileumfilmpje op Youtube:

woensdag 2 november 2011

MASsale belangstelling


Niet alleen onze Amsterdamse collega’s kunnen inmiddels prat gaan op stevige bezoekersaantallen in hun vernieuwde museum, onze zuiderburen in Antwerpen kunnen er ook wat van. Sinds jongstleden mei het Museum aan de Stroom – kortweg het MAS – is geopend, wordt ook de Scheldestad overstroomd met belangstellenden die dat nieuwe museum wel eens met eigen ogen willen zien. Zestig meter hoog, opgetrokken uit dieprode natuursteen (versierd met drieduizend zilverkleurige aluminium handjes) is deze niet zo voor de hand liggende combinatie van een etnografisch museum, het vroegere Scheepvaartmuseum, het voormalige Volkskundemuseum en Museum Vleeshuis, een waar landmark voor het noordelijk deel van de stad.
Afgelopen week zijn de medewerkers van de sector Collecties een kijkje gaan nemen. Uiteraard ging de meeste belangstelling uit naar de verdieping waar de maritieme collectie van het vroegere Scheepvaartmuseum was tentoongesteld. Het principe less is more ging bepaald niet op voor de wijze van exposeren, die in sommige opzichten sterk deed denken aan wat we in het Maritiem Museum Rotterdam ook hebben gedaan. Overdonderend was het wel, mede door het voortdurende gepiep van sensors die geactiveerd werden als bezoekers te dicht bij de (niet afgeschermde!) scheepsmodellen kwamen. We kregen medelijden met de suppoosten – die daar “Erfgoedwachten” worden genoemd…

Het gebouw is overigens een belevenis op zich, met het over alle verdiepingen doorlopende uitzicht op de omgeving en bekroond met een dakterras met een prachtig uitzicht over de stad en de haven.
’s Middags kregen we een speciale rondleiding door een van de museumdepots in het zestiende-eeuwse Hessenhuis, waar etnografische en maritieme voorwerpen collegiaal naast elkaar staan. Ontzettend leuk en heel inspirerend, om bij collega’s een kijkje achter de schermen te mogen nemen. En toen we in het depot nog een echt Hazenbergmodel tegenkwamen, gemaakt door een van de meest vooraanstaande modelbouwers die “ons” Maritiem Museum Rotterdam in zijn bestaan heeft gekend, waren we helemaal gelukkig.


“Het MAS. Dat moet je gezien hebben” Dat is de slogan van het museum en het is niet overdreven. Het MAS is gevestigd aan de Hanzestedenplaats 1 te Antwerpen. Zie www.mas.be.

dinsdag 4 oktober 2011

Voetjes van de vloer


Het zal weinigen zijn ontgaan dat Het Scheepvaartmuseum (voorheen Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam) afgelopen weekend door Koningin Beatrix is heropend. En wat doe je dan als zusterinstelling? Je gaat op bezoek en je brengt je felicitaties over voor het welslagen van het project. De medewerkers van het Maritiem Museum Rotterdam deden dat afgelopen maandag bij het jaarlijkse personeelsuitstapje op geheel eigen wijze. Onder leiding van De Dansdokters (www.dansdokters.nl, check die site!) werd een zogenoemde flashmob ingestudeerd: een schijnbaar spontane – maar wél strak georganiseerde – enigszins absurd aandoende groepsactiviteit in een openbare ruimte, uitgevoerd door een groep mensen die daarna weer opgaat in de menigte. Als locatie voor de flashmob werd het Spui in Amsterdam gekozen. Heilige grond voor oudere jongeren, die in de jaren zestig van de vorige eeuw daar nog de happenings - zeg maar de voorlopers van de flashmob - bij Het Lieverdje hadden bijgewoond. Na enkele uren in een afgehuurd zaaltje geoefend te hebben verzamelden de medewerkers van het Maritiem Museum zich om kwart over vier op het Spui, waar klokslag half vijf de maritieme flashmob van start ging. Een vier minuten durende medley van maritieme nummers werd over de argeloze passanten uitgestort, begeleid door een synchroon opgezette (maar niet altijd zo uitgevoerde) combinatie van fitness-oefeningen, nagespeelde scènes uit de film Titanic en volksdansjes. Ook een kwartet toevallig(?) passerende straatvegers en twee rondzwervende bedelaars (waarvan er één grote gelijkenis vertoonde met onze directeur) werden in het optreden betrokken.
Yours truly is niet zo van de publieke dansjes en had de beste plaats: aan de andere kant van de camera. Want het wezen van de flashmob is de verspreiding via sociale media als YouTube en Facebook. En daar is de felicitatie aan de Amsterdamse collega’s nu te zien.

Overigens bevond zich onder de argeloze passanten iemand die uitgebreide ervaring heeft met optredens in publiek. De medewerkers traden dus op onder professioneel toezicht. En nu maar afwachten wanneer onze Amsterdamse collega's zich op de Coolsingel of het Stadhuisplein gaan manifesteren!

Meegenieten met de flashmob van het Maritiem Museum Rotterdam? Kijk op Youtube: http://www.youtube.com/watch?v=Vxa5hI3p_hw&feature=related

woensdag 14 september 2011

The Four Aces


Wie kent ze nog, The Four Aces? Een van de vele kwartetten van zingende heren die in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw muzikale successen aaneenregen met nummers als “It ain’t no sin”, “Three coins in a fountain” en vele andere deuntjes met een hoog Arbeidsvitaminen-gehalte.
Ook het Maritiem Museum heeft zijn Four Aces gekend. Tijdens mijn speurtocht naar verweesde digitale afbeeldingen kwam ik ze tegen. De pioniers van het Beeldplaatproject, dat midden jaren ’80 – de digitale prehistorie – in het Maritiem Museum werd uitgevoerd en waarbij een groot deel van de collectie werd gefotografeerd om via een beeldscherm te worden gepresenteerd. Een team van vier man is maanden bezig geweest om alle scheepsmodellen, schilderijen, tekeningen en prenten uit de collectie klaar te zetten in de speciaal ingerichte fotostudio, ze uit te lichten en ze onder verschillende hoeken te fotograferen. Zelfs bruiklenen werden er voor teruggevraagd. Zo’n klus leidt tot teamgeest; een practical joke in de vorm van een groepsportret is dan ook onvermijdelijk. Naast alle honderden objecten heeft het viertal ook zichzelf in verschillende poses vereeuwigd: van links naar rechts fotograaf Daniël van de Ven, de assistenten Dick de Neef en Rob Verhoeven (de laatste nog steeds werkzaam in het Maritiem) en fotograaf Jan Ouweneel.
Het maken van de eerste beeldplaat duurde een jaar. De tweede beeldplaat, die de gebruiksvoorwerpen uit de collectie zou bevatten, is er nooit gekomen: technische ontwikkelingen hadden het procédé achterhaald. Maar de Four Aces hebben zichzelf onsterfelijk gemaakt. Zoekt u ze maar eens op op Maritiem Digitaal!

Millimeterwerk


Bezoekers van de bibliotheek konden afgelopen week getuige zijn van een merkwaardig tafereeltje. Collega Sjoerd de Meer was druk in de weer met een rolmaat, een vergrootglas, de originele Mercatoratlas uit 1569 en een stapel drukproeven voor de facsimile-uitgave Atlas van de Wereld. De atlas was in maart uitgebreid gefotografeerd (zie het blog Digitale hoogstandjes van 17 maart jongstleden); nu moest worden beoordeeld of de kaarten wel op hetzelfde formaat waren gereproduceerd. Dat betekende meten en vergelijken: is een verschil van 1 millimeter tussen origineel en reproductie toelaatbaar? En 2 millimeter? Letterlijk “geneuzel op de vierkante millimeter”, maar wél noodzakelijk om tot een overtuigend resultaat te komen.

Naar de kleurechtheid van de reproducties hoefde van de uitgever nog niet te worden gekeken; dat wordt de volgende stap. Sjoerd zal dus binnenkort nog wel een keer een stapel drukproeven naast het origineel moeten leggen om ze met elkaar te vergelijken.

De tentoonstelling Recht zo die gaat! Varen op de kaart van Mercator is vanaf 24 september a.s. in het Maritiem Museum te zien. Het openingsfeest is op 16 oktober. Het boek van Sjoerd de Meer, Atlas van de Wereld. De wereldkaart van Gerard Mercator uit 1569, een uitgave van de Walburg Pers, verschijnt dit najaar.

woensdag 17 augustus 2011

Cultuurspreiding op zijn Texels


Wie in Den Hoorn over de Diek – “op Diek” in het plaatselijk spraakgebruik – wandelt, kan als het even wil ter hoogte van de vroegere kosterswoning op huisnummer 11 een mooi gerestaureerde antieke Chevrolet 3100 pickup truck zien staan. Maar het is niet zozeer de Chevrolet die de verbeelding prikkelt, maar het bordje op het tuinmuurtje daarachter: “Texels Instituut ter bevordering van flessenpost overzee. / dagelijks geopend tenzij gesloten”. Nu is ons land soms wel eens wat over-geïnstitutionaliseerd, maar deze had u beslist nog niet zelf verzonnen.
Met een beetje geluk staat het tuinpoortje open; een bloemrijk wandelpaadje leidt naar de voormalige Doopsgezinde kerk achter de woonhuizen en in die vroegere kerk huist de auctor intellectualis van het Instituut: de kunstenaar Henk Noorlander. Het kunstenaarsbestaan maakt dorstig en lege flessen kun je in de glasbak gooien, maar je kunt er ook iets anders mee doen. Noorlander besloot de flessen te gebruiken als middel om de getekende voorstudies voor zijn werken onder een breder en onbekend publiek te verspreiden. Elke lege fles bevat een getekende voorstudie van zijn hand én het verzoek aan de vinder om contact met hem op te nemen. Een dealtje met enkele Texelse vissers om de flessen op zee overboord te gooien zorgt voor een ruim verspreidingsgebied – en dus voor een grotere kans op contacten.
Misschien spoelt zo’n fles met een echte Noorlander er in ook eens voor uw voeten aan. En anders moet u maar eens een bezoek brengen aan het Instituut. Dan kunt u gelijk de kleine vaartuigjes zien die Noorlander samen met zijn familieleden heeft gemaakt. Maritieme kunst, te zien “op Diek” 11a: dagelijks geopend, tenzij gesloten!

Meer lezen over flessenpost en wie er allemaal achter zit? Wim Kruiswijk, Flessenpost. De zee als postbezorger, Uitgeverij Lanasta, Emmen 2010

vrijdag 5 augustus 2011

Vreemde conclusies


De fotocollectie van het Maritiem Museum Rotterdam is één van de grootste deelcollecties die het museum rijk is. In de loop der jaren hebben vele medewerkers een bijdrage geleverd aan de beschrijving van de foto’s. Een titanenklus, waarvan raadplegers van Maritiem Digitaal dagelijks plezier hebben. Niet elke medewerker aan het beschrijvingsproject beschikte echter over voldoende achtergrondkennis om de voorstellingen op de foto’s op de juiste manier te interpreteren. Dat levert soms beschrijvingen op die onbedoeld komisch aandoen.
Zo kwam ik afgelopen week bovenstaande foto tegen (inventarisnummer F60299), die deel uitmaakt van een serie foto’s met hetzelfde onderwerp: de bezichtiging door een gezelschap van een hotelplatform in aanbouw voor de offshore-industrie bij Holland Repair and Services Amsterdam in 1982. Op de foto maakt een van de leden van het gezelschap de deur open van een ruimte, die door de beschrijver met enig voorbehoud is omschreven als “een interieur (een koelcel?)”. De luxe uitvoering van de ruimte – met toepassing van veel hout – het zitbankje en het venstertje in de deur doen echter niet direct aan een koelcel denken, maar eerder aan een ruimte waarin het aanzienlijk warmer wordt…
De sleutel tot dit raadsel zit in het naambordje van de leverancier op de binnenzijde van de deur, dat op de originele foto slechts met een vergrootglas is te ontcijferen. De naam KLAFS verwijst naar een Duits bedrijf dat zich sinds 1928 gespecialiseerd heeft in de fabricage van sauna’s en andere wellness-installaties en dat naar eigen zeggen the world market leader in sauna, wellness and spa industry is.

En inderdaad: een koelcel en een sauna zijn wel twee totaal verschillende dingen…